zondag 16 augustus 2009

Talk

Ik krijg het regelmatig voor mijn voeten geworpen en deze week was het weer zover. Mijn collega vroeg mij waarom ik zo weinig vertelde en al zeker zo weinig over mezelf. Het is een communicatieprobleem die ik al jaren te horen krijg. Ik ben vriendelijk, behulpzaam en zo verder, maar ik ben ook gesloten, praat weinig over mezelf of mijn omgeving, ik moet uit mijn schulp komen, …. Je ziet misschien weinig van mijn autisme als je mij oppervlakkig kent, maar als je mij wat langer kent, komen de tekenen toch bovendrijven.

Het is een probleem waarvan ik echt wel perfect op de hoogte ben, maar toch kan ik het moeilijk veranderen of vermijden. Nu, het is niet zo dat ik helemaal niet praat. Neen, ik kan zelfs eens zeverbuien hebben. Maar er zijn een aantal aspecten aan het praten die anders zijn, waardoor ik denk dat mensen zich soms wel eens ergeren aan mij of mij toch een rare moeten vinden.

Eerst en vooral, en dat is ook waarom mijn collega het voor mijn voeten wierp, is het feit dat ik ontzettend weinig uit mezelf praat. Ik kan wel met dingen meepraten, maar het initiatief ligt vaak bij de andere. Zij moeten mij steeds vragen wat ik in het weekend gedaan heb, welk televisieprogramma ik heb gezien, wat ik van een liedje vind, hoe het thuis zit, …. Het zijn allemaal dingen waarover ik niet spontaan begin of die ik niet spontaan met iemand ga delen. Ik heb ergens gelezen dat dit de wederkerigheid in een relatie niet echt bevordert en als ik erover nadenk, zie ik dat ook wel in. Maar ik ben nu eenmaal een gesloten persoon en ik geef mezelf niet echt graag bloot.

Ik zal dus weinig uit mezelf vertellen. Aan de andere durf ik tegen bepaalde personen wel eens vragen te stellen om een gesprekje op te starten, maar als ik dat bekijk, dan merk ik dat ik vooral vragen stel naar hun situatie en de vragen zodanig stel dat zij een verhaal kunnen vertellen tegen mij en dat ik zo weinig mogelijk zelf moet vertellen. Ik ben eigenlijk eerder een luisteraar. Of ik een goede luisteraar ben, laat ik in het midden, want ik vermoed dat door mijn autisme bepaalde informatie tussen de regels door mij niet echt bereikt. Maar toch heb ik het gevoel dat mensen graag iets vertellen tegen mij omdat ik wel graag naar hen luister. En misschien hebben ze het ook graag dat ik hen niet probeer af te troeven door straffere verhalen te vertellen die hun nietig doen lijken, door voortdurend de aandacht op mij te moeten richten of mij interessanter te doen lijken door de andere te kwetsen, beledigen of af te breken.

Een ander aspect dat zeker een rol speelt is het feit dat ik vooral zakelijk spreek. Ik heb het al een paar keer geschreven dat ik het ontzettend moeilijk vind om mij emotioneel uit te drukken of om over mijn gevoelens te spreken. Neen, ik ben eerder rationeel en zakelijk. Dat is ook een probleem. Bijvoorbeeld op het werk (eigenlijk de enige plek waar ik echt mensen ontmoet zoals je als moet hebben gemerkt uit mijn postjes). Ik hang nu al 5 jaar elke maand aan de telefoon met een klant en toch blijf ik de communicatie stroef en zakelijk verlopen. Nooit eens iets luchtig of een grappige opmerking, maar droog vertellen wat er te vertellen valt. Als ik dat vergelijk met andere collega’s, dan voel ik mij echt wel anders. Zij kunnen op een vlotte manier omgaan met klanten zodat het een aangename relatie wordt. Bij mij is het allemaal saaier.

Nu alles hangt ook vooral af van de situatie en van de personen. Ik merk dat ik thuis nog stiller ben dan op het werk, raar genoeg. Ik vertel thuis bijna niets van op het werk of vroeger wat er op school gebeurde. En als ik al eens iets vertel, is het tegen mijn moeder en dan nog liefst wanneer zij helemaal alleen is en niemand anders mij kan horen. Vroeger op school was ik ook niet echt een prater, maar vooral een luisteraar. Ik liet de andere doen en probeerde zo weinig mogelijk te zeggen. Nu ja, school is ook een rare plaats in een rare periode van je leven. Er is veel haantjesgedrag en de conversaties zijn zo vaak zinloos en overbodig. Ik trok liever op met serieuzere mensen. Op het werk lukt het mij eigenlijk vrij goed om over het werk en de werksituatie te praten, maar ik merk ook dat het alleen maar bij bepaalde mensen lukt.

Er moet echt wel een gevoel van veiligheid zijn gecreëerd en ik moet mij echt op mijn gemak voelen bij iemand vooraleer ik praat. Ik ging een tijdje terug bij een psychologe en dat lukte helemaal niet om daar te praten omdat ik geen gevoel van veiligheid had. Ik wist wel dat wat er gezegd werd binnen de vier muren bleef, maar ze probeerde te snel doorheen mijn schild te breken dat ik mij toch weer onveilig begon te voelen. Mocht ik terug in therapie gaan, dan zou dit moeten werken met een jarenplan waarbij er echt de kleinst mogelijke pasjes één voor één moet gezet worden. Onbegonnen werk en ik zie mij dus niet snel meer in therapie gaan.

Praten is dus echt een communicatieprobleem bij mezelf. En het moet dus soms mensen echt ergeren omdat ze niet doorheen mijn schild geraken, dat ze zo weinig initiatief van mezelf te zien krijgen, dat ze altijd weer maar de zakelijke Filip te zien krijgen. En dus krijg ik dit op tijd en stond eens op mijn bord. En het drukt me dan altijd met de neus op de feiten: je bent anders, je hebt autisme.

zondag 9 augustus 2009

Go your own way

Het was de laatste weken hier windstil op deze blog. Niet opzettelijk, maar de voorbije weken waren stresserende weken. Er is namelijk een heuse tornado doorheen mijn werkplaats geraasd met als resultaat dat het boekhoudkantoor waar ik werk, gaat splitsen. De ene baas neemt een deel van het personeel en de klanten mee naar een nieuwe vennootschap, terwijl de andere baas het huidige kantoor in een afgeslankte vorm gaat verder zetten. Ikzelf ben in de tweede groep terechtgekomen en mag dus blijven zitten waar ik zit. De anderen verhuizen tegen het einde van het jaar naar een ander gebouw en verlaten dus de vertrouwde plek.

Over de reden van de splitsing ga ik hier niet uitwijden, want ik denk dat dit niet geapprecieerd zal worden door de bazen (ook al weet niemand over welk kantoor het gaat). Maar het gaat er in het kort over dat de werkwijze van mijn ene baas serieus in vraag werd gesteld door de andere baas en dat er een paar ontoelaatbare zaken zijn gebeurd. Met als resultaat dat er een paar opvliegende ruzies ontstonden en men uiteindelijk besloot om te splitsen.

Dat bracht een heel gespannen sfeer teweeg de voorbije weken. Ook ik voelde de stress heel goed. Slecht slapen, hyperventilatieaanvallen, een paar keer moeten braken ’s morgens. Maar vooral het feit dat ik eigenlijk niemand had om erover te praten. OK, ik praatte wel met mijn collega die tegenover mij zit, maar toch kon ik niet mijn ei kwijt. En dus kwam er heel gepieker, zat ik met heel wat vragen, kon niemand mij gerust stellen. Ook wist ik helemaal niet hoe ik mij in zo’n situatie voel of zou moeten voelen.

Neem nu het feit dat een deel van mijn collega’s moet vertrekken met de ene baas. Dat zorgde voor een gelaten sfeer op het kantoor en iedereen vond het jammer voor elkaar. Alleen ik had die gevoelens niet. Ik weet dat ik het erg moet vinden, maar ik kan niet zeggen dat ik het ook zo aanvoel. Ik kan niet zeggen wat mijn gevoel bij de situatie was. Ik heb een aantal mensen zien wenen, maar ik kan mij moeilijk met hen identificeren omdat ik niet in hun situatie bevond. Ik moest niet kiezen of ik met de vertrekkende baas meewou. Ik bleef zitten waar ik zit en voor mij veranderde er niets. Andere collega’s spraken ook al dat ze elkaar gingen missen. Ik weet niet of ik hen ga missen. Dat klinkt misschien hard en koud, maar ik weet het echt niet. Ik had in een vorige post al geschreven dat ik niet de persoon ben die echt mensen mis. Dus ik denk dat ik in dit geval de vertrekkende collega’s ook niet echt ga missen. Ik ben niet fier op mezelf om dit te moeten toegeven.

Op een bepaalde manier was ik eigenlijk een beetje egoïstisch. Want ik zag er meteen een aantal voordelen voor mezelf in. Zo schreef ik een paar weken terug al dat ik eigenlijk in een kleiner kantoor wou terechtkomen en nu door de splitsing vertrekt de helft van het personeel en worden we noodgedwongen een kleiner kantoor. In plaats van het erg te vinden dat bepaalde personen verdwenen, verheugde ik mij al op het feit dat het een kleiner kantoor ging worden. Daarnaast geef ik ook gegrift toe dat ik blij ben om van een paar collega’s verlost te zijn. Collega’s waar het helemaal niet mee klikte of waar ik ontzettend veel problemen mee had met hun eigenzinnigheid en persoonlijkheid. Weten dat ik nu niet meer elke dag een interne strijd moet voeren om tegen die karakters op te boksen, betekende ook al een geruststellende gedachte. Maar dat is natuurlijk een egoïstische gedachte. Misschien ontbreek ik echt een Theory of Mind en ben ik als Asperger een stuk egoïstischer.

Nu de splitsing brengt ook een aantal rare situaties met zich mee. Zo weet ik niet echt hoe ik mij juist moet gedragen tegenover de collega’s die gaan vertrekken. De situatie en de onderliggende verhoudingen zijn ineens veranderd en ik heb geen idee hoe ik er best op reageer. Daarnaast heeft mijn vertrekkende baas ook een paar zaken gedaan die recht tegen mijn rechtvaardigheids- en eerlijkheidsgevoel gaan dat ik mij zelfs wat boos voel tegenover hem. Maar ik weet helemaal niet hoe ik die boosheid kan kanaliseren en ik vrees er voor dat ik mij ga misdragen of uit mijn sloffen gaat schieten. Dat is altijd het geval wanneer ik kwaad ben. Ik kan dit niet kanaliseren en ofwel krop ik het zodanig op dat ik er een stukje kapot aan ga ofwel volgt er een explosie die ontzettend lang blijft nazinderen. Het is ook zo dat ik moeilijk om kan gaan met ruzies. Ik heb nooit geleerd hoe ik met een ruzie moet omgaan, hoe ik het best reageer, hoe ik rekening moet houden met andermans gevoelens, …. Het is verdomd moeilijk en de hele situatie maakt het ook al zo verdomd moeilijk.

Ondertussen betrekt mijn baas mij ook al bij de doorstart van ons kantoor en mag ik meehelpen bij het maken van de nieuwe website en mag ik haar ook assisteren in het begeleiden van de splitsing op informaticagebied. Een rol die ik enerzijds met veel plezier doe omdat ik wel in informatica ben geïnteresseerd, maar anderzijds een rol die ik wat haat. Want dat betekent dat ik meer in de schijnwerpers kom te staan en daar hou ik niet van. Ik ben liever iemand die op de achtergrond fungeert. Een soort van backbencher. Iemand die de zaken voor gedaan krijgt zonder dat de buitenwereld ziet wie ze gedaan krijgt. Ik heb geen nood om een aanspreekpunt te worden voor de mensen die de website bouwen of voor de nieuwe IT-man. Want dat betekent dat meer sociale contacten, praatjes, telefoontjes, small talk, …. Allemaal dingen waar ik niet goed in ben. Ik ben eerder een zakelijk iemand en ik voel dat mensen van een veel lossere sfeer houden. Maar ik kan hun die niet echt bieden en daarom treed ik ook niet graag in de schijnwerpers.

Het beloven dus nog een paar zware weken te worden en misschien is de interval van de postjes terug wat langer. Maar ik ben zo met die splitsing bezig dat ik mij moeilijk op andere dingen kan concentreren.

zondag 19 juli 2009

Hungry Man Blues

Asperger en autisme hebben heeft zo zijn weerslag op het dagelijkse leven. Bijvoorbeeld op eten en al wat er bijkomt kijken. Op een bepaalde manier kan je stellen dat er een bepaalde humor in zit. Zo eet ik bijvoorbeeld op het werk altijd hetzelfde op mijn boterham. Dat was ook zo al tijdens mijn schooljaren. Er mag op mijn boterham alleen maar vleeskoek komen en dan ook nog alleen van een bepaald merk en niets anders. Ik aanvaard ook nog choco op mijn boterham en dat gebeurt soms, maar in feite eet ik altijd hetzelfde. Pogingen om mij iets anders te laten eten, lopen sowieso faliekant af. En toen mijn merk van vleeskoek een paar jaar terug uit onze vertrouwde winkel werd gehaald, was er grote paniek. Gelukkig hebben we een andere winkel gevonden waar ze mijn merk wel nog verkopen.

Dit is een voorbeeld van een klein kantje van Asperger hebben. Iedereen ziet de grote lijnen, de problemen met communicatie, het teruggetrokken zijn, angstgevoelens, … maar de kleine lijntjes worden vaak wel eens vergeten, terwijl deze een even grote weerslag hebben op iemands leven. Het feit dat het leven dreigt ineen te storten omwille van een bepaald merk van vleeskoek moet, denk ik, voor NT’s raar en zelfs grappig overkomen. Ook ik vind het op een bepaalde manier grappig. Maar natuurlijk zit hier telkens weer hetzelfde achter. Structuur in het leven brengen, steunpunten hebben waar je op terugvalt, een veilig gevoel creëren. Vleeskoek eten geeft mij een veilig gevoel en zit zo in mijn systeem ingebakken dat dit hoort bij naar school gaan en nu gaan werken. Mocht ik kaas op mijn boterham hebben, dan zou dit verwarrend zijn, want kaas en werk gaan niet samen in mijn hoofd. Anderzijds gaat boterhammen met vleeskoek en thuis ook niet echt samen.

Ik heb nog zo van die bepaalde “rare” gewoonten. Zo associeer ik confituur steeds met sandwiches en vind ik confituur op een boterham eigenlijk niet zo lekker, maar met sandwiches kan ik er wel een paar met smaak opeten. Rosbief en kaas associeer ik dan weer meer met pistolets en piccolo’s en alleen in die combinatie zal ik ze opeten. Of ik lust tomatensaus en ik lust frieten, maar beide gecombineerd laat ik aan mij voorbij gaan omdat die twee in mijn hoofd niet samen horen. Chocomelk en melk in het algemeen is dan weer iets wat ik associeer met weekends en zal ik nooit op weekdagen ’s morgens drinken. En zo zijn er nog enkele eetassociaties die ik maak en waar ik moeilijk kan van afwijken.

Dat is één aspect verbonden aan eten. Een ander aspect is dat ik heel weinig lust en niet voor nieuwe dingen te vinden ben. Ik lust wel verschillende groenten, maar net genoeg om voldoende variatie in de loop van de week te hebben. Maar na een week is mijn lijstje op en zou alles opnieuw moeten beginnen. Maar het lijstje met wat ik niet eet is groter. Vaak kan ik mij niet herinneren of ik een groente al geproefd heb of niet in mijn kindertijd, dus ik weet niet of ik bepaalde dingen wel of niet zou lusten, maar toch zijn een aantal zaken zodanig in mijn hoofd geprent dat ik ze weiger te eten. Witloof bijvoorbeeld of savooikool. Geen idee of ik ze ooit geproefd heb, maar ze moeten ze gewoonweg niet op mijn bord serveren. Daarnaast ben ik ook niet voor geëxperimenteer in de keuken. Dus Chinees, Thais, Grieks, Turks, … ik pas er telkens voor. Ik wil ze zelfs niet proeven. Ik val steeds terug op de vertrouwde producten en smaken. U kan dan ook voorstellen dat ik mijn moeder vaak in de gordijnen heb gejaagd omdat ik dingen niet wil eten, laat staan proeven. Zo ben ik er een beetje verantwoordelijk voor dat hun eigen eetervaringen beperkt zijn gebleven of dat ze vaak twee verschillende dingen op tafel moest zetten.

Wie iets van autisme kent, zal het ook niet verbazen dat tijdstippen ook een rol spelen bij het eten. Het rare is wel dat ik verschillende tijdstippen voor verschillende gelegenheden kan associëren en dat ik dus niet zo rigide ben dat elke dag er precies op dezelfde tijdstippen moet gegeten worden. Maar er zijn wel vaak eetmomenten die met bepaalde tijdstippen geassocieerd zijn. Zo wil ik dat er in het weekend tussen 12 – 12u30 ’s middags warm gegeten wordt. Het is niet zo dat het klokvast 12 uur moet zijn, maar het moet wel in die buurt zijn. Een half uur later en mijn honger is eigenlijk voorbij. Ook op mijn werk heb ik zo’n momenten. 10u30 is tijd voor een snack. Soms is het eens wat vroeger of wat later, maar snack en 11 uur is alleen maar een optie als ik echt grote honger mocht hebben. Idem voor 15 uur. Die tijdstippen hebben ook tot gevolg dat ik niet hou van etentjes en dergelijke. Omdat daar meestal op latere tijdstippen wordt gegeten. Zo vind ik bijvoorbeeld om 13à14 uur of 19à20 uur eten op kerst- of nieuwsjaardag verschrikkelijk omdat dit veel te laat is en ik dat uur helemaal niet associeer met eten. Ook barbecues zijn op dat gebied een ramp, want dat begint ook altijd later en daar heb je dan nog eens het feit dat je in fasen eet en dus soms moet wachten tot het vlees gaar is. Neen, ook dat past niet in mijn beleving van eten, want ik ken alleen het principe van 1 bord vol leegeten en geen twee, drie keer teruggaan.

Nu, het is niet altijd even zwart of wit. Ik kan echt wel eens afwijken van die regels, maar het hangt allemaal van de situatie af. Hoe veiliger de situatie, hoe beter het lukt. En zolang het maar éénmalig is, kan ik wel eens van mijn regels afwijken. Dus, het is niet zo dat als mijn ouders eens willen barbecuen, dat ik mij niet aanpas en dat ik niet later eet. En op kerst- of nieuwjaarsdag pas ik mij ook aan. Maar mocht het echt van mij afhangen, dan vliegt de barbecue buiten en eten we op feestdagen zoals anders.

zondag 5 juli 2009

It's always la la la when we go shopping

Ik had een tijdje terug wat cd-bonnen gewonnen met een spel op de radio. Leuk, totdat de cd-bonnen ook daadwerkelijk toekwamen en ik zag dat ze van Fnac waren. Tja, een probleem, want ik woon in Aalst en in Aalst is er geen Fnac. Dus moest ik uitwijken naar Gent of Brussel. Vermits ik Brussel niet echt aantrekkelijk vind, viel de keuze al gauw op Gent. En dan beginnen de problemen als autist. Want alles moet tot in de puntjes gepland worden. Een ander mens zal iets hebben van leuk, ik ga naar de Fnac in Gent en koop mij wat cd’s. En ze maken daar weinig spel van en doen het gewoon. Tuurlijk zullen ze ook eens kijken waar de Fnac ligt en hoe ze er geraken.

Maar ik heb er toch wel enkele weken over gedaan om de stap ook daadwerkelijk te zetten. Het eerste probleem was natuurlijk er geraken en vermits het autorijden niet echt lukt, moet het via de trein gebeuren. En daar kijk ik altijd een beetje tegen op, want met de trein is voor mij niet een stukje reizen. Er is natuurlijk het vertrek en de aankomst. Ik heb, denk ik, de voorbije weken wel tien keer naar de site gesurfd van de NMBS om te kijken welke treinen er rijden, wanneer, waar ze stoppen, wanneer ik toekom en welke trein ik moet terugnemen, …. En dan is er de keuze te maken welke trein ik ga nemen. De eerste op het uur of de tweede op het halfuur. De eerste heeft als voordeel dat hij eigenlijk perfect op tijd toekomt zodat ik bij openingstijd aan de Fnac kan staan, de tweede heeft als voordeel dat hij minder haltes doet en dus wat meer aan één stuk kan rijden. De hele tijd werd ik over en weer geschud tussen de twee.

Een tweede probleem was dat ik nog nooit in Fnac ben binnengeweest. Ik weet dus niet hoe het er aan toegaat, waar alles staat, of er veel keuze is, is het één verdiep, twee verdiepingen, zijn er roltrappen, …. Vermits ik er nog nooit ben binnengeweest, kan ik mij daar natuurlijk moeilijker op voorbereiden. Maar dan bedenk ik welke mogelijke situaties er zich allemaal kunnen voordoen en hoe ik daar moet op reageren. Zo hou ik bijvoorbeeld niet van roltrappen. Ik vind dat een beangstigend machine. Niet zo zeer om naar boven te gaan, maar wel om naar beneden te gaan. Dus ik moet mij daar op voorbereiden mochten er roltrappen zijn. Gelukkig zijn er geen roltrappen in Gent. Een ander vraagteken was ook wat ik moest doen als ik iets niet zo vinden. Wie moet ik aanspreken, hoe spreek ik iemand aan, hoe bedank ik iemand. In mijn hoofd speel ik een paar rollenspellen om voorbereid te zijn. Ook het afrekenen aan de kassa probeer ik mij voor te stellen. Allemaal ingewikkeld als je nog nooit in de Fnac bent binnengeweest en dus niet weet hoe het eraan toegaat. Maar ik ben al in andere winkels geweest en probeer op basis van die ervaringen mij een beeld te vormen.

Tenslotte was er natuurlijk ook de vraag wat ik met die cd-bonnen ging kopen. Ook dat moet bij mij op voorhand bepaald zijn. Ik koop niet graag impulsief omdat ik in een winkel moeilijk kan kiezen. Ik heb problemen als ik in een cd-winkel binnenstap en iets wil kopen, maar ik weet niet wat. Want dan zie ik cd X en die wil ik hebben, maar ook cd Y en Z, alleen zit ik in mijn hoofd met maar een budget voor 1 of 2 cd’s en dan moet ik dus een keuze maken. En dan kan dat lang duren bij mij. Dus heb ik geleerd op voorhand al een keuze te maken. Zo moet ik dat in de winkel niet meer doen en dat heeft als voordeel dat ik gericht kan kopen en niet lang in de winkel moet lopen. Dus maak ik een lijstje op, kijk ik op de website of alles past in mijn budget en zorg ik ook dat ik nog een paar back-ups achter de hand heb mocht er iets niet zijn. Winkelen is dus niet iets ontspannend voor mij, maar alles is in een schema en structuur gegoten.

En gisteren was de dag daar dan. Ik ging normaal vorige week gaan, maar ik voelde dat ik er nog niet klaar voor was. Raar hé, maar ik vond dat ik nog niet goed voorbereid was en was nog onzeker over enkele dingen. Maar gisteren pakte ik mijn moed dan toch bij elkaar en ging ik. Na een slapeloze nacht, want ik was best wel wat zenuwachtig en angstig. Ik had beslist om de trein van 9 uur te nemen. Deze heeft wel wat meer haltes, maar ik zou op tijd in Gent zijn en zou dan ook snel terug kunnen zijn. Alles ging vlot tot ik daadwerkelijk op de trein zat en de trein redelijk vol zat en bij elke halte er nog meer mensen opstapten. Ik ben al geen people’s person en hou niet van drukte en grote menigten. Dus op een trein zitten met veel volk, verschillende mensen die door elkaar praten, anderen waar je de muziek van hun mp3-speler kan horen, …. Goh, dat halfuurtje was een beetje hel op aarde. Want ondertussen neem je ook nog al de schema’s nog eens door in je hoofd en speel je al de scenario’s nog eens af en je wordt dan nog wat onzekerder. Ik moet zeggen dat ik ontzettend blij dat ik na een half uur nog eens wat frisse lucht kreeg en buiten het station uit de grote drukte kwam.

Dan was er de tocht naar de Fnac. Ik had al op internet gezocht waar de Fnac lag en dat leek nog een eindje van het station te liggen. Een heel eindje bleek wat er kwam maar geen eind aan die lange weg naar de Fnac. Gelukkig was er niet veel volk en was de weg ook niet bezaaid met achtergestelde of onveilige buurten. Maar toch zat ik altijd met het uur in mijn hoofd. De Fnac ging om 10 uur open en ik wou daar om 10 uur zijn en ik jaagde mezelf dus wat op. Ondertussen zag ik voortdurend de tram passeren en vroeg ik mij af waarom ik de tram niet had genomen. Waarom? Omdat ik niet weet hoe je met een tram reist. Waar koop je een ticket? Hoe zie je waar je moet afstappen? En nog zoveel meer. Ik had dit kunnen opzoeken, maar met de bus en trein reizen had ik al gedaan met zus of moeder, maar trein had ik nog nooit gedaan met iemand. En om zomaar zelf de sprong in het onbekende maken, dat zou nog meer stress hebben veroorzaakt.

Ik kwam iets voor 10 uur aan bij de Fnac en ik zag dat er nog mensen klaar stonden om binnen te gaan. Blijkbaar zat iedereen in Fnac ook al klaar, maar 10 uur is 10 uur bij de Fnac en geen minuut vroeger gaan we open. Blij om te merken dat ook winkels best een autistisch trekje kunnen hebben. Ik heb eerst al het ander volk laten binnengaan, zodat ik niet in het geduw en getrek van de mensenmassa terecht kwam en ging binnen. Ik had mij de Fnac toch wat anders voorgesteld. Blijkbaar zijn er drie verdiepingen en liggen de cd’s en dvd’s op de -1. Gelukkig geen roltrappen, maar een gewone trap. En dan maar zoeken naar waar de cd’s staan. Er was gelukkig andere mensen die nog al in de Fnac waren geweest, dus het was maar wat de grote groep volgen. En meteen prijs. De eerste cd die ik zie, staat op mijn lijstje. En na een minuut zie ik de tweede staan. Maar cd 3 vind ik niet. Al lichtjes in paniek. En ook cd 4 zie ik niet meteen. Ik zie het bordje met de artiest staan, maar niet de cd. Dan maar eens kijken bij de artiest ervoor en erna en ja hoor, daar staat die. Blijkbaar zijn mensen altijd zo lui om een cd terug op de juiste plaats terug te zetten. We smijten het maar ergens en dan zijn we ervan af. Ik moet mij tegenhouden om gans die bak eens op orde te stellen. Maar dat zou wel een te raar zicht zijn. Op naar de dvd’s en daar heb ik veel minder geluk. DVD 1 zie ik niet, dvd 2 zie ik ook al niet en waar is dvd 3? Zelfs van mijn back-up-lijstje zie ik niets. Keuze genoeg qua televisieseries bij Fnac, maar degene die ik zoek, zijn er niet. Nu zou ik het aan iemand kunnen vragen, daar had ik mij op voorbereid, maar ontgoocheld en gestresseerd durf ik niet. Ik vrees dat ik weer een mal figuur ga slaan. Dus druip ik maar zonder die dvd’s af. Ik zie wel twee andere series liggen die ik ook wel wil kopen. Het heeft toch wel vijf minuten geduurd en heel wat over en weer geloop voor ik kan besluiten om ze te kopen. Want ja, ze stonden niet op mijn lijstje.

Goed, het werd tijd om af te rekenen en gelukkig stond er niet teveel volk aan de kassa. Het was vrij vlug aan mij. Maar dan kom je bij een lieve dame terecht en stelt ze je de onverwachte vraag of je een Fnac-kaart wilt hebben. Daar had ik mij niet op voorbereid en ik stamel verlegen nee, waarbij ik voel dat ik nog roder en bezweter word dan dat ik al ben. Allez jong, waarom niet, vraag ze. Ik snap niet wat mensen niet verstaan aan het woordje neen en kan er toch nog uitpersen dat ik niet vaak naar Fnac komt. OK, geen probleem. Oef, ze dringt niet teveel aan. Ze rekent af en ik geef mijn cd-bons af. Het zijn er toch enkelen en ze kijkt even op. Gewonnen op de radio, hoor ik mezelf tot mijn eigenste verbazing zeggen. Amai, gij hebt geluk. OK, we hebben iets gezegd aan de kassa, wat toch ook al een hele prestatie is en we rekenen af en ik wens haar nog een prettig weekend toe. En blij ben ik weer buiten.

Missie geslaagd. De terugweg naar het station lijkt ineens minder lang en ook de terugreis met de trein verloopt veel vlotter. Gewoon omdat de stress van de hele situatie van je schouders valt en je terug naar je vertrouwde thuis kan gaan. Maar je voelt thuis ook ineens terug wat voor een inspanning dit was geweest en hoe moe je wel bent na gewoon wat cd’s gaan kopen in Fnac Gent. Shoppen is echt geen ontspanning voor mij als autist en zeker niet in een onvertrouwde omgeving. Het genieten van de cd’s die ik kocht, is dan ook maar vandaag kunnen gebeuren. Gisteren was ik te moe.

zondag 21 juni 2009

Young and depressed

Elke dag is een gevecht. Een gevecht tegen depressieve gevoelens die mij soms als een onverwachte golf kunnen overspoelen. Het is al een heel lang gevecht. Ik heb al zolang ik mij kan herinneren depressieve buien gehad. Soms waren ze vlug over, soms waren ze heviger en ja, soms kwamen gedachten aan zelfmoord ook bovendrijven. Maar de golf trekt zich terug om een paar uren, dagen, weken later terug te komen en mij terug te overspoelen. Als een eb en vloed.

Depressies maken nu eenmaal deel uit van mijn leven. En ze kunnen echt onverwacht komen. Ik kan vijf minuten geleden nog hard aan het lachen zijn geweest om nu te moeten constateren dat ik in een dipje zit. Gewoon zomaar door een klein ding. Iets dat iemand zei, iets dat ik las, iets dat ik hoorde of gewoon iets wat in mij opkwam. En dan kan ik ineens alles heel donker zien en mij triestig en neerslachtig voelen. Zomaar. En dat kan dan ineens ook weer helemaal verdwijnen, maar vaak blijft het een tijdje in mijn lijf hangen.

Mensen met autisme worden vaker gediagnosticeerd met depressies en het lijkt er vooral op dat de groep met hoogfunctionerend autisme en Asperger er nog gevoeliger voor zijn. De reden? Wij als mensen met autisme en Asperger doen ontzettend hard ons best om er bij te horen, om normaal te zijn, om mee te draaien in de maatschappij en de wereld rondom ons, maar door onze beperkingen botsen we nogal eens met ons hoofd tegen de muur. Als kind merk je dat je niet zo snel vrienden kan maken of dat je als eens vaker aan kant wordt gehouden of dat het je niet lukt om een diepere vriendschapsband op te bouwen. Je probeert wel, maar het lukt niet. Je voelt je anders en het lijkt wel alsof je niet in deze wereld past. Als je dan al weinig zelfvertrouwen hebt als mij en al eens snel de moed laat zakken, geef je vrij spel aan de golven van depressies.

Als puber krijg je het dan nog moeilijker. Toch in mijn geval. Vriendschappen krijgen een andere en diepere betekenis. Er komt ook seksualiteit bij te kijken. En men probeert zich te groeperen en te identificeren met elkaar. Sociale contacten worden veel belangrijker en worden op een ander niveau gevoerd dan gewoon spelen met elkaar als kind. De kloof wordt met andere woorden nog groter en je voelt je nog meer anders en vervreemder van de wereld rondom jouw. Het is ook dan dat ik mij meer en meer eenzamer begon te voelen en het is ook de periode dat zelfmoord af en toe kwam bovendrijven. Ik kan jullie geruststellen, ik heb nooit een poging ondernomen, waarschijnlijk er de moed niet voor had. Maar er waren toch momenten dat ik liever dood was dan verder te gaan in mijn trieste leven.

Nu zijn de schooljaren voorbij en ben ik aan het werk en toch verdwijnen de depressieve gevoelens niet. De eenzaamheid is gebleven. Het gevoel van anders zijn is ook niet verdwenen. Je ziet dat collega’s een eigen leven uitbouwen met een partner, huis, kinderen, vrienden, …. En ik stort mij op mijn werk, maar heb geen sociaal leven. En nog steeds zit je op een andere toonhoogte als het gaat om relaties, diepte van vriendschappen, denken en gedragen. Weeral is er een kloof, weer is er een afwijking van het normale, weer is er het anders zijn. Ondertussen is er eindelijk ook een verklaring gekomen, maar ook dat houdt de golven niet tegen. Ik kan mij op momenten nog altijd ontzettend down en triest voelen.

Ik vrees een beetje dat depressies ook de rest van mijn leven een belangrijk deel gaan uitmaken. Het zal altijd onlosmakelijk met mezelf verbonden zijn. En ondertussen ben ik al wat berust in die situatie. Het is wie ik ben. En waarschijnlijk heb ik die depressieve buien ook nodig om dingen te verwerken en mezelf te leren accepteren en niet te proberen iemand te zijn die ik niet ben. En toch ga ik elke dag nog het gevecht aan en dat moet ik ook doen. De golven kan ik niet tegenhouden, maar toch vecht ik elke dag om niet te verdrinken in die golven. Het maakt dat het leven er nog eens wat harder door wordt.

zondag 14 juni 2009

The future ain't what it used to be

Iets waar ik enorm mee bezig ben sinds ik mijn diagnose van Asperger kreeg, is hoe het nu zit met mijn toekomst. Want ok, je hebt Asperger, maar dan? Wat zijn de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van je leven? Hoe moet je hiermee leren leven en welke plaats moet Asperger en autisme innemen in je leven? Het zijn allemaal vragen die bij mij opkomen en waar ik voorlopig nog geen antwoord op heb. Ik heb een beetje gevoel dat mijn leven pas echt is begonnen bij het verkrijgen van de diagnose en dat ik nu moet beslissen in welke richting ik mijn leven wil verderzetten.

Misschien heeft de leeftijd er ook wat mee te maken, want je ziet iedereen rondom jou zich settelen, een eigen leven uitbouwen, kinderen krijgen, … terwijl ik nog geen flauw idee heb wat ik mijn leven wil doen. Neem nu bijvoorbeeld het wonen. Waar wil ik wonen? Wil ik alleen wonen of samen met iemand? Wil ik thuis blijven wonen of op mijn eigen benen staan? Wat wordt in godsnaam mijn plekje op aarde? Ik twijfel voorlopig nog tussen een aantal opties. Eigenlijk vind ik het prima zo hoe ik nu leef. Nog samen met mijn ouders, maar ik heb de vrijheid van mijn eigen kamer, ik word daar niet gestoord en ik doe grotendeels wat ik zelf wil. En als er problemen zijn, kan ik nog bij iemand terecht. Alleen gaan wonen is een grote stap voor mij. Ten eerste kan ik heel moeilijk tegen verandering. Een verandering van omgeving met nieuwe geluiden, nieuwe uitzichten, nieuwe gezichten jaagt mij eerlijk gezegd heel wat schrik aan. Maar wat mij het meeste afschrikt is de eenzaamheid. Ik kan niet terugvallen op een sociaal netwerk. Enerzijds vind ik dit goed zo, omdat ze mij dan niet kunnen storen en ik een rustig leven kan leiden. Maar anderzijds, er moet wel eens een kast verzet worden, je wilt kerstmis niet alleen vieren, je wilt ook eens iets vertellen tegen iemand, …. Allemaal dingen die voor NT’ers normaal zijn en vanzelf gaan, maar voor mij niet evident zijn. Ik vrees een beetje dat alleen wonen mij in een compleet sociaal isolement zullen brengen.

Een andere vraag waar ik enorm mee speel, is mijn werksituatie. Ik werk momenteel op een boekhoudkantoor met 13 andere collega’s. En ik vind het wat te groot worden naar mijn zin. Ik droomde er altijd van om in een klein kantoor te werken met weinig collega’s. Gewoon omdat dit veel overzichtelijker is voor mij. Er is een groot verschil tussen 4 collega’s leren kennen en te ontdekken hoe je tegenover hen moet gedragen dan tegenover 13 collega’s. Want die 13 collega’s zijn allemaal verschillend, zijn totaal onoverzichtelijk in groep, er is meer kans op achterklap en conflicten, …. Ik stel mij een klein kantoor misschien wat naïever en mooier voor dan het in werkelijkheid is, maar ik denk dat ik mij beter kan inleven in een kleine leefwereld dan in een grote, chaotischere wereld. Liefst van al zou ik natuurlijk als enige werknemer ergens willen werken. Dat zou ik gewoonweg zalig vinden. En ik kijk af en toe wel eens naar de jobadvertenties, maar helaas vind ik niet echt zulke jobs hier in de streek.

Een ander ding dat ik ook wel zou willen als ik bij mijn huidig kantoor blijf werken, is thuiswerken. Zo 1 of 2 dagen op de week. Ik weet niet waarom, maar het lijkt mij gewoon veel beter voor mezelf wanneer ik twee dagen niet in contact moet komen met collega’s, geen telefoontjes moet beantwoorden, een beetje meer controle over mijn eigen werkzaamheden zou krijgen. Alleen, ik weet niet hoe ik dit moet verkondigen op mijn werk zolang ze niet weten dat ik autisme heb. Ik zoek soms naar een aanleiding dat ik kan gebruiken om het te vragen, maar ik zie de opening niet. Bovendien weet ik ook niet of de bazen daar wel akkoord mee zullen gaan. Want als ik thuis werk, betekent dit dat ze niet onverwacht op mijn hulp kunnen rekenen, dat ze minder controle hebben op mijn werkzaamheden en zullen ze misschien vrezen dat ik mij isoleer van de anderen. Tenslotte denk ik dat ze dit ook niet echt willen om anderen niet op ideeën te brengen, want ze zouden het niet appreciëren als iedereen dit zou doen.

Een ander aspect van de toekomst is natuurlijk ook relaties en kinderen. Ik denk dat ik daar de grootste bocht heb gemaakt over het kijken naar de toekomst. Ik wist dat ik moeilijk iemand kon vinden als ik altijd maar thuis bleef en moeilijk contact kon leggen, maar toch had ik nog altijd de hoop om op een dag de persoon van mijn leven te vinden. Maar met mijn diagnose en wetende op welke vlakken het mijn leven bepaalt, heb ik die hoop om de geliefde van mijn leven opgegeven. Ik denk niet dat ik echt de meest geschikte persoon ben om een relatie mee aan te gaan. Omdat ik ofwel te verstikkend ga werken ofwel te onverschillig ga zijn. Een relatie is altijd wat werken, maar ik denk dat met mij het enorm hard werken zal zijn en ik heb daar eerlijk gezegd niet de energie voor. Je mag natuurlijk nooit nooit zeggen, maar ik vermoed dat ik mijn hele leven vrijgezel zal blijven. En eigenlijk vind ik dat niet zo erg. OK, ik heb ook wel eens last van geile lustgevoelens, maar een relatie is veel meer dan seks. En op dat punt heb ik te weinig zelfvertrouwen om dat aan te kunnen.

Ik heb mijn toekomst altijd vrij normaal voorgesteld. Ik wist natuurlijk wel dat ik wat anders ben dan anderen, maar toch probeerde ik de normale NT-dromen na te jagen. Toen kwam er de diagnose Asperger en begreep ik waarom ik anders ben. En langzaamaan begin je de toekomst anders te zien. De toekomst is niet meer wat het geweest is. Je stelt je verwachtingen aan. Je stelt ze wat naar beneden, maar in feite worden ze realistischer en kwalitatiever. Alleen is het moeilijk om de knop ook daadwerkelijk om te draaien in je hoofd. Je bent 25 jaar bezig geweest met zo normaal mogelijk over te komen en nu moet je proberen om je eigen anders te zijn. Dat is een proces die volgens mij nog een tijdje gaat duren. Een tijd waar ik ook keuzes zal moeten maken, iets waar ik niet zo goed in ben. Maar toch zal ik ze moeten maken.

zondag 7 juni 2009

We like to party

Veel mensen kijken uit naar het weekend zodat ze kunnen uitgaan, met vrienden op restaurant gaan of naar een familiefeestje kunnen gaan. Mensen houden eigenlijk wel van feestjes en party’s. Helaas gaat al dat feestgedruis aan mij voorbij. Uitgaan heb ik maar enkele keren gedaan, de party’s die ik bezocht heb kan ik op één hand tellen, de familiefeestjes probeer ik de laatste jaren altijd te vermijden. Het is gewoonweg niets voor mij.

Ik denk dat de grote reden waarom ligt in het feit dat het allemaal teveel is. Er zijn teveel mensen aanwezig, er is teveel behoefte aan sociaal contact, er ligt teveel druk om het gezellig te houden. Het is ook allemaal zo ongestructureerd, overweldigend en er gebeuren altijd verrassende dingen. Je weet niet wie je gaat tegenkomen, je weet niet waarover de thema’s gaan, ik weet ook niet hoe ik mij er moet gedragen, …. Het probleem is dat ik mij goed moet kunnen voorbereiden op zoiets, maar het is gewoonweg te veel om bij te houden.

Daarnaast leggen die feestjes en party’s ook nog maar eens pijnlijk de problemen bloot waarmee een Aspie te maken heeft. Je weet niet hoe je een gesprek moet beginnen, hoe je een gesprek gaande moet houden als het toch lukt om een aan te gaan, je hebt te weinig inzicht in de sociale codes en gewoontes, …. Daarnaast hield ik ook niet bij die paar keer dat ik uitging van het feit dat iedereen zo dicht bij elkaar stond en dat er een geduw en getrek was. Ik hou niet van het feit dat onbekende mensen mij aanraken en dergelijke. Daarnaast werkt het ook wat claustrofobisch en komen er allerlei angsten naar boven. Een hyperventilatie-aanval loert dan ook altijd om de hoek.

Eigenlijk komt het dus weer altijd op hetzelfde neer. Een feestje is een sociale gebeurtenis. Je wilt zo goed mogelijk voorbereid zijn daarop, maar voelt je wat verloren en hopeloos. Dat werkt een stresssituatie in de hand die dan weer allerlei angsten naar boven brengt. Die angsten zorgen voor een sneeuwbaleffect en zorgen ervoor dat je Asperger-zijn nog versterken. Want je weet al niet hoe je sociaal contact moet maken en door de angst durf je het dan ook al niet te doen. Daarnaast zorgt de angst er ook voor dat je oogcontact probeert te vermijden, dat je wilt wegvluchten naar je veilige omgeving, dat je probeert bij je eigen interesses te blijven, ….

Kortom, het wordt op den duur allemaal echt te veel. Ik hou het wel meestal een uurtje uit, maar dan ben ik echt wel pompaf. Het is allemaal te vermoeiend. Het werd mij dan ook al heel snel duidelijk dat uitgaan niets voor mij was en ik bleef dan in het weekend ook altijd thuis. Ook familiefeestjes ben ik beginnen te vermijden. Ik merkte gewoon dat ik geen connectie kon maken met de rest van de familie. Ik vond dat ik uitgesloten werd, al was dat niet echt zo. Maar je merkt dat je in een andere wereld vertoeft en je haakt dan ook af. En ik geef toe dat op die manier natuurlijk de isolatie dreigt. Want je ontmoet geen nieuwe mensen, je onderhoudt geen contacten, je smeedt geen nieuwe banden of verbreekt zelfs oude banden. En toch vind ik het niet erg. Ik ben liever alleen en heb geen nood aan veel mensen rondom mij. Natuurlijk heb je altijd wel andere mensen nodig, maar ik heb ze echt niet nodig op een vrijdag- of zaterdagavond. Na een werkweek ben ik blij om thuis op mijn gemak te zijn en heb ik al voldoende sociaal contact gehad om nog meer sociaal contact te zoeken.