zondag 21 juni 2009

Young and depressed

Elke dag is een gevecht. Een gevecht tegen depressieve gevoelens die mij soms als een onverwachte golf kunnen overspoelen. Het is al een heel lang gevecht. Ik heb al zolang ik mij kan herinneren depressieve buien gehad. Soms waren ze vlug over, soms waren ze heviger en ja, soms kwamen gedachten aan zelfmoord ook bovendrijven. Maar de golf trekt zich terug om een paar uren, dagen, weken later terug te komen en mij terug te overspoelen. Als een eb en vloed.

Depressies maken nu eenmaal deel uit van mijn leven. En ze kunnen echt onverwacht komen. Ik kan vijf minuten geleden nog hard aan het lachen zijn geweest om nu te moeten constateren dat ik in een dipje zit. Gewoon zomaar door een klein ding. Iets dat iemand zei, iets dat ik las, iets dat ik hoorde of gewoon iets wat in mij opkwam. En dan kan ik ineens alles heel donker zien en mij triestig en neerslachtig voelen. Zomaar. En dat kan dan ineens ook weer helemaal verdwijnen, maar vaak blijft het een tijdje in mijn lijf hangen.

Mensen met autisme worden vaker gediagnosticeerd met depressies en het lijkt er vooral op dat de groep met hoogfunctionerend autisme en Asperger er nog gevoeliger voor zijn. De reden? Wij als mensen met autisme en Asperger doen ontzettend hard ons best om er bij te horen, om normaal te zijn, om mee te draaien in de maatschappij en de wereld rondom ons, maar door onze beperkingen botsen we nogal eens met ons hoofd tegen de muur. Als kind merk je dat je niet zo snel vrienden kan maken of dat je als eens vaker aan kant wordt gehouden of dat het je niet lukt om een diepere vriendschapsband op te bouwen. Je probeert wel, maar het lukt niet. Je voelt je anders en het lijkt wel alsof je niet in deze wereld past. Als je dan al weinig zelfvertrouwen hebt als mij en al eens snel de moed laat zakken, geef je vrij spel aan de golven van depressies.

Als puber krijg je het dan nog moeilijker. Toch in mijn geval. Vriendschappen krijgen een andere en diepere betekenis. Er komt ook seksualiteit bij te kijken. En men probeert zich te groeperen en te identificeren met elkaar. Sociale contacten worden veel belangrijker en worden op een ander niveau gevoerd dan gewoon spelen met elkaar als kind. De kloof wordt met andere woorden nog groter en je voelt je nog meer anders en vervreemder van de wereld rondom jouw. Het is ook dan dat ik mij meer en meer eenzamer begon te voelen en het is ook de periode dat zelfmoord af en toe kwam bovendrijven. Ik kan jullie geruststellen, ik heb nooit een poging ondernomen, waarschijnlijk er de moed niet voor had. Maar er waren toch momenten dat ik liever dood was dan verder te gaan in mijn trieste leven.

Nu zijn de schooljaren voorbij en ben ik aan het werk en toch verdwijnen de depressieve gevoelens niet. De eenzaamheid is gebleven. Het gevoel van anders zijn is ook niet verdwenen. Je ziet dat collega’s een eigen leven uitbouwen met een partner, huis, kinderen, vrienden, …. En ik stort mij op mijn werk, maar heb geen sociaal leven. En nog steeds zit je op een andere toonhoogte als het gaat om relaties, diepte van vriendschappen, denken en gedragen. Weeral is er een kloof, weer is er een afwijking van het normale, weer is er het anders zijn. Ondertussen is er eindelijk ook een verklaring gekomen, maar ook dat houdt de golven niet tegen. Ik kan mij op momenten nog altijd ontzettend down en triest voelen.

Ik vrees een beetje dat depressies ook de rest van mijn leven een belangrijk deel gaan uitmaken. Het zal altijd onlosmakelijk met mezelf verbonden zijn. En ondertussen ben ik al wat berust in die situatie. Het is wie ik ben. En waarschijnlijk heb ik die depressieve buien ook nodig om dingen te verwerken en mezelf te leren accepteren en niet te proberen iemand te zijn die ik niet ben. En toch ga ik elke dag nog het gevecht aan en dat moet ik ook doen. De golven kan ik niet tegenhouden, maar toch vecht ik elke dag om niet te verdrinken in die golven. Het maakt dat het leven er nog eens wat harder door wordt.

zondag 14 juni 2009

The future ain't what it used to be

Iets waar ik enorm mee bezig ben sinds ik mijn diagnose van Asperger kreeg, is hoe het nu zit met mijn toekomst. Want ok, je hebt Asperger, maar dan? Wat zijn de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van je leven? Hoe moet je hiermee leren leven en welke plaats moet Asperger en autisme innemen in je leven? Het zijn allemaal vragen die bij mij opkomen en waar ik voorlopig nog geen antwoord op heb. Ik heb een beetje gevoel dat mijn leven pas echt is begonnen bij het verkrijgen van de diagnose en dat ik nu moet beslissen in welke richting ik mijn leven wil verderzetten.

Misschien heeft de leeftijd er ook wat mee te maken, want je ziet iedereen rondom jou zich settelen, een eigen leven uitbouwen, kinderen krijgen, … terwijl ik nog geen flauw idee heb wat ik mijn leven wil doen. Neem nu bijvoorbeeld het wonen. Waar wil ik wonen? Wil ik alleen wonen of samen met iemand? Wil ik thuis blijven wonen of op mijn eigen benen staan? Wat wordt in godsnaam mijn plekje op aarde? Ik twijfel voorlopig nog tussen een aantal opties. Eigenlijk vind ik het prima zo hoe ik nu leef. Nog samen met mijn ouders, maar ik heb de vrijheid van mijn eigen kamer, ik word daar niet gestoord en ik doe grotendeels wat ik zelf wil. En als er problemen zijn, kan ik nog bij iemand terecht. Alleen gaan wonen is een grote stap voor mij. Ten eerste kan ik heel moeilijk tegen verandering. Een verandering van omgeving met nieuwe geluiden, nieuwe uitzichten, nieuwe gezichten jaagt mij eerlijk gezegd heel wat schrik aan. Maar wat mij het meeste afschrikt is de eenzaamheid. Ik kan niet terugvallen op een sociaal netwerk. Enerzijds vind ik dit goed zo, omdat ze mij dan niet kunnen storen en ik een rustig leven kan leiden. Maar anderzijds, er moet wel eens een kast verzet worden, je wilt kerstmis niet alleen vieren, je wilt ook eens iets vertellen tegen iemand, …. Allemaal dingen die voor NT’ers normaal zijn en vanzelf gaan, maar voor mij niet evident zijn. Ik vrees een beetje dat alleen wonen mij in een compleet sociaal isolement zullen brengen.

Een andere vraag waar ik enorm mee speel, is mijn werksituatie. Ik werk momenteel op een boekhoudkantoor met 13 andere collega’s. En ik vind het wat te groot worden naar mijn zin. Ik droomde er altijd van om in een klein kantoor te werken met weinig collega’s. Gewoon omdat dit veel overzichtelijker is voor mij. Er is een groot verschil tussen 4 collega’s leren kennen en te ontdekken hoe je tegenover hen moet gedragen dan tegenover 13 collega’s. Want die 13 collega’s zijn allemaal verschillend, zijn totaal onoverzichtelijk in groep, er is meer kans op achterklap en conflicten, …. Ik stel mij een klein kantoor misschien wat naïever en mooier voor dan het in werkelijkheid is, maar ik denk dat ik mij beter kan inleven in een kleine leefwereld dan in een grote, chaotischere wereld. Liefst van al zou ik natuurlijk als enige werknemer ergens willen werken. Dat zou ik gewoonweg zalig vinden. En ik kijk af en toe wel eens naar de jobadvertenties, maar helaas vind ik niet echt zulke jobs hier in de streek.

Een ander ding dat ik ook wel zou willen als ik bij mijn huidig kantoor blijf werken, is thuiswerken. Zo 1 of 2 dagen op de week. Ik weet niet waarom, maar het lijkt mij gewoon veel beter voor mezelf wanneer ik twee dagen niet in contact moet komen met collega’s, geen telefoontjes moet beantwoorden, een beetje meer controle over mijn eigen werkzaamheden zou krijgen. Alleen, ik weet niet hoe ik dit moet verkondigen op mijn werk zolang ze niet weten dat ik autisme heb. Ik zoek soms naar een aanleiding dat ik kan gebruiken om het te vragen, maar ik zie de opening niet. Bovendien weet ik ook niet of de bazen daar wel akkoord mee zullen gaan. Want als ik thuis werk, betekent dit dat ze niet onverwacht op mijn hulp kunnen rekenen, dat ze minder controle hebben op mijn werkzaamheden en zullen ze misschien vrezen dat ik mij isoleer van de anderen. Tenslotte denk ik dat ze dit ook niet echt willen om anderen niet op ideeën te brengen, want ze zouden het niet appreciëren als iedereen dit zou doen.

Een ander aspect van de toekomst is natuurlijk ook relaties en kinderen. Ik denk dat ik daar de grootste bocht heb gemaakt over het kijken naar de toekomst. Ik wist dat ik moeilijk iemand kon vinden als ik altijd maar thuis bleef en moeilijk contact kon leggen, maar toch had ik nog altijd de hoop om op een dag de persoon van mijn leven te vinden. Maar met mijn diagnose en wetende op welke vlakken het mijn leven bepaalt, heb ik die hoop om de geliefde van mijn leven opgegeven. Ik denk niet dat ik echt de meest geschikte persoon ben om een relatie mee aan te gaan. Omdat ik ofwel te verstikkend ga werken ofwel te onverschillig ga zijn. Een relatie is altijd wat werken, maar ik denk dat met mij het enorm hard werken zal zijn en ik heb daar eerlijk gezegd niet de energie voor. Je mag natuurlijk nooit nooit zeggen, maar ik vermoed dat ik mijn hele leven vrijgezel zal blijven. En eigenlijk vind ik dat niet zo erg. OK, ik heb ook wel eens last van geile lustgevoelens, maar een relatie is veel meer dan seks. En op dat punt heb ik te weinig zelfvertrouwen om dat aan te kunnen.

Ik heb mijn toekomst altijd vrij normaal voorgesteld. Ik wist natuurlijk wel dat ik wat anders ben dan anderen, maar toch probeerde ik de normale NT-dromen na te jagen. Toen kwam er de diagnose Asperger en begreep ik waarom ik anders ben. En langzaamaan begin je de toekomst anders te zien. De toekomst is niet meer wat het geweest is. Je stelt je verwachtingen aan. Je stelt ze wat naar beneden, maar in feite worden ze realistischer en kwalitatiever. Alleen is het moeilijk om de knop ook daadwerkelijk om te draaien in je hoofd. Je bent 25 jaar bezig geweest met zo normaal mogelijk over te komen en nu moet je proberen om je eigen anders te zijn. Dat is een proces die volgens mij nog een tijdje gaat duren. Een tijd waar ik ook keuzes zal moeten maken, iets waar ik niet zo goed in ben. Maar toch zal ik ze moeten maken.

zondag 7 juni 2009

We like to party

Veel mensen kijken uit naar het weekend zodat ze kunnen uitgaan, met vrienden op restaurant gaan of naar een familiefeestje kunnen gaan. Mensen houden eigenlijk wel van feestjes en party’s. Helaas gaat al dat feestgedruis aan mij voorbij. Uitgaan heb ik maar enkele keren gedaan, de party’s die ik bezocht heb kan ik op één hand tellen, de familiefeestjes probeer ik de laatste jaren altijd te vermijden. Het is gewoonweg niets voor mij.

Ik denk dat de grote reden waarom ligt in het feit dat het allemaal teveel is. Er zijn teveel mensen aanwezig, er is teveel behoefte aan sociaal contact, er ligt teveel druk om het gezellig te houden. Het is ook allemaal zo ongestructureerd, overweldigend en er gebeuren altijd verrassende dingen. Je weet niet wie je gaat tegenkomen, je weet niet waarover de thema’s gaan, ik weet ook niet hoe ik mij er moet gedragen, …. Het probleem is dat ik mij goed moet kunnen voorbereiden op zoiets, maar het is gewoonweg te veel om bij te houden.

Daarnaast leggen die feestjes en party’s ook nog maar eens pijnlijk de problemen bloot waarmee een Aspie te maken heeft. Je weet niet hoe je een gesprek moet beginnen, hoe je een gesprek gaande moet houden als het toch lukt om een aan te gaan, je hebt te weinig inzicht in de sociale codes en gewoontes, …. Daarnaast hield ik ook niet bij die paar keer dat ik uitging van het feit dat iedereen zo dicht bij elkaar stond en dat er een geduw en getrek was. Ik hou niet van het feit dat onbekende mensen mij aanraken en dergelijke. Daarnaast werkt het ook wat claustrofobisch en komen er allerlei angsten naar boven. Een hyperventilatie-aanval loert dan ook altijd om de hoek.

Eigenlijk komt het dus weer altijd op hetzelfde neer. Een feestje is een sociale gebeurtenis. Je wilt zo goed mogelijk voorbereid zijn daarop, maar voelt je wat verloren en hopeloos. Dat werkt een stresssituatie in de hand die dan weer allerlei angsten naar boven brengt. Die angsten zorgen voor een sneeuwbaleffect en zorgen ervoor dat je Asperger-zijn nog versterken. Want je weet al niet hoe je sociaal contact moet maken en door de angst durf je het dan ook al niet te doen. Daarnaast zorgt de angst er ook voor dat je oogcontact probeert te vermijden, dat je wilt wegvluchten naar je veilige omgeving, dat je probeert bij je eigen interesses te blijven, ….

Kortom, het wordt op den duur allemaal echt te veel. Ik hou het wel meestal een uurtje uit, maar dan ben ik echt wel pompaf. Het is allemaal te vermoeiend. Het werd mij dan ook al heel snel duidelijk dat uitgaan niets voor mij was en ik bleef dan in het weekend ook altijd thuis. Ook familiefeestjes ben ik beginnen te vermijden. Ik merkte gewoon dat ik geen connectie kon maken met de rest van de familie. Ik vond dat ik uitgesloten werd, al was dat niet echt zo. Maar je merkt dat je in een andere wereld vertoeft en je haakt dan ook af. En ik geef toe dat op die manier natuurlijk de isolatie dreigt. Want je ontmoet geen nieuwe mensen, je onderhoudt geen contacten, je smeedt geen nieuwe banden of verbreekt zelfs oude banden. En toch vind ik het niet erg. Ik ben liever alleen en heb geen nood aan veel mensen rondom mij. Natuurlijk heb je altijd wel andere mensen nodig, maar ik heb ze echt niet nodig op een vrijdag- of zaterdagavond. Na een werkweek ben ik blij om thuis op mijn gemak te zijn en heb ik al voldoende sociaal contact gehad om nog meer sociaal contact te zoeken.

zondag 24 mei 2009

Rock the vote

Ik wil mijn blog niet alleen gebruiken om over het Syndroom van Asperger te praten. Er moet ook plaats zijn voor andere dingen. Zoals bijvoorbeeld nu de verkiezingen. Het is nog twee weken tot de verkiezingen en voor de eerste keer zit ik nog met twijfels over mijn keuze. De voorbije verkiezingen koos ik consequent steeds weer voor de SP.A. Dit jaar zal het waarschijnlijk terug deze partij worden, maar het is niet echt met de volle goesting. Een gebrek aan een volwaardig links alternatief ligt hier aan de basis van.

Nu, ik moet eerst ook bekennen dat ik de afgelopen 2 jaar een degout van de politiek heb gekregen. Er was het voortdurend gekrakeel en geruzie, zeker in de Leterme-periode, maar dat was nog niet het ergste. Het ergste is dat het land de afgelopen twee jaar gewoonweg niet meer bestuurd werd. De politiekers zijn de afgelopen twee jaar vooral met zichzelf bezig geweest en de komende verkiezingen wierpen altijd hun schaduw op het geheel. Maar ondertussen stapelen de problemen zich op en vrees ik dat ons land niet meer op de rand van de afgrond staat, maar al in vrije val is. We hebben geen antwoord op de economische crisis en we doen er nog veel minder aan, we denken niet aan manieren om onze sociale zekerheid te waarborgen, we hebben de bankencrisis door politieke spelletjes verkloot, onze banken en onze energiemarkt zijn al in buitenlandse handen, …. Kortom, men heeft er een zooitje van gemaakt en wie stelt nu nog vertrouwen in deze mensen om ons land terug op het juiste pad te brengen?

Het zijn nu wel regionale verkiezingen, maar toch slaat de federale sfeer toch ook over op de regionale verkiezingen. De Vlaamse regering heeft nog steeds beslissingen genomen, maar toch dreigen er ook onweerswolken boven het Vlaamse niveau te pakken door partijpolitieke spelletjes. De verkiezingskoorts verergert deze indruk alleen maar. De geloofwaardigheid van de politiek staat dan ook op het spel. En ik heb mijn vertrouwen een beetje verloren en heb dus ook een beetje een degout gekregen. Ook in deze verkiezingen zou het moeten gaan om Change, het thema van Barack Obama. Een radicale koerswijziging qua politiek voeren, de mensen terug voorop stellen en terug vertrouwen kweken.

Met deze achtergrond rekening houdend is het dus moeilijk om te gaan bepalen op wie ik op 7 juni ga stemmen. Eén makkelijkheid is er wel, namelijk de keuze tussen links en rechts. Ik denk dat ik mij in het politieke spectrum altijd al aan de linkerkant heb bevonden en er is nog niets veranderd aan mijn denkbeeld, wereldvisie en levensopvatting. Op 7 juni zal ik dus zeker weer links stemmen en vallen dus de rechtse partijen allemaal af. Maar dan bevind je u in de linkerzijde en dan merk je ineens op dat er toch heel wat partijen zich bevinden aan die linkerzijde. Heel veel kleintjes, een middelgrote en een grote partij. En die partijen mogen dus de komende twee weken nog om mijn stem vechten. Maar voorlopig blijf ik bij SP.A.

Al is het dus niet met de volle goesting. SP.A twijfelt aan zichzelf en daarom doet ze mij ook twijfelen aan hen. Ze hebben een zware verkiezingsnederlaag geleden twee jaar geleden, sindsdien doen ze het enorm zwak in de peilingen en nu lijken ze zich ook wat te berusten in een nieuwe verkiezingsnederlaag. Er is de afgelopen twee jaar niet geregeerd, maar de SP.A. heeft ook in zijn oppositiewerk nog niet veel van zich laten merken. Maar het ergste is toch wel dat ze met een economische en financiële crisis er niet in slaagt om te overtuigen, om met een overtuigend én geruststellend verhaal naar voren te komen. En persoonlijk vind ik ook dat het hun ontbreekt om met een links, sociaal sterk verhaal naar buiten te komen. Een sociaal, links verhaal dat de gewone mensen en arbeiders zou moeten aanspreken. Misschien hebben ze door die slechte peilingen wat koudwatervrees, maar in deze moeilijke tijden moeten zij zich opwerpen als een reddingsboei. Maar het ontbreekt hun aan leiderschap.

Daarom ben ik ook eens op zoek gegaan naar andere linkse alternatieven en er spreken mij een paar aan, maar ik vind toch nog geen echt volwaardig alternatief die mij kan overtuigen. Omdat ik de SP.A. een signaal wil geven dat ze een linksere koers moeten gaan varen, kom ik natuurlijk uit bij de extreem-linkse partijen als PVDA+, CAP en Linkse Socialistische Partij. Meteen drie partijen en dat is meteen een oorzaak van het probleem. Eigenlijk versnipperen zij alleen maar de extreem-linkse stem. Een stem voor 1 van de drie is geen stem voor de andere twee en zo zorgen zij ervoor dat zij er geen sterk links alternatief is. Hadden zij hun krachten gebundeld en opgekomen als 1 lijst, liefst nog met SP.A Rood erbij, dan zouden zij al die linkse stemmen kunnen verzamelen en dan zou ik waarschijnlijk eerder op hun hebben gestemd op 7 juni dan de SP.A. Maar nu hebben zij geen front gevormd en vrees ik ervoor dat een stem aan één van de drie een beetje een verloren stem is. Zeker met een kiesdrempel van 5%, waardoor de kans is dat je stem uiteindelijk vertegenwoordigd wordt in het parlement eigenlijk onbestaande is. En dat is verdomd jammer. Daarnaast moet ik ook eerlijk bekennen dat het extreem linkse partijen zijn en ik hou niet zo van extreem. Ik ben ervan overtuigd dat deze partijen de gewone mens zeker zouden vertegenwoordigen en dat men met hen zeker een linksere koers zou varen, maar sommigen voorstellen zijn onrealistisch, men heeft een bezwaarlijk verleden achter de rug omwille van de mensen die men adoreerde, zoals een Mao, Stalin, …. Maar als krachtig signaal dat de politiek terug in het teken van de gewone mensen moeten komen te staan, zou ik zeker op hen hebben gestemd.

Een ander links alternatief is natuurlijk Groen!. Een stem aan hen is zeker een nuttige stem en je mag er zeker van zijn dat jouw stem wel vertegenwoordigd zal worden in het parlement. En toch raak ik maar niet overtuigd van Groen!. Een beetje raar als je weet dat zusterpartij Ecolo in Wallonië wel massaal mensen kan overtuigen. Maar misschien heeft het wel te maken met het feit dat Groen! eigenlijk ook geen algemeen verhaal heeft en vooral op het terrein van de ecologie blijft. Nu, hun verhaal van een groene big bang spreekt zeker tot de verbeelding, maar toch blijft er een barrière bestaan bij mij die mij belet om op hen te stemmen. Misschien moeten zij ook eens leren op zich te profileren als een linkse partij en niet altijd als een ecologische partij. Misschien moeten zij eens wat minder aandacht schenken aan het milieu en eens meer aan de mensen. Tuurlijk dat het ecologisch verhaal goed is voor de mensen, voor de economie, voor onze toekomst … maar ecologie lost de wachtlijsten niet op. Ecologie zegt ook niets over fiscale fraude, over cultuur, over de bankencrisis, …. Kijk, ik weet niet of ik mij duidelijk kan uitdrukken, maar ik vind dat Groen! een beperkt verhaal heeft. Nochtans ben ik er zeker van dat zij op al die andere terreinen ook een mening heeft, maar die wordt teveel verstopt achter het woordje ecologie. Tenslotte moet ik ook bekennen dat ik Groen!, zeker met voorzitster Mieke Vogels, nog altijd associeer met een geitenwollensokken-idealisme. En ja, ook dat speelt hen parten.

En dan is er ook nog de Sociaal-Liberale Partij van Geert Lambert. En Geert mag blij zijn, want volgens de stemtest van VRT en De Standaard komt die partij het best overeen met mijn denkbeelden. Alleen, ik verschoot daar van. Want sociaal-liberaal durf ik mij niet echt te noemen. Het woordje liberaal is een beetje een vies woord voor mij. Bovendien vind ik het ook een beetje een contradictie: sociaal liberalisme. Dus, ik zal Geert moeten teleurstellen. Ik zal niet op hem stemmen. Niet alleen omdat ik ook hier vrees dat een stem voor SLP wel eens een verloren stem zou kunnen zijn, maar vooral omdat SLP mij nog niet overtuigd heeft dat ik een sociaal liberaal zou zijn zoals de stemtest beweert. Volgens mij ben ik nog altijd heel wat linkser dan liberaal. Nu ja, men heeft het Geert ook niet gemakkelijk gemaakt want hij moest dit doen op 6 maanden tijd en helaas kwam hij ook nog niet echt aan bod om te vertellen waarvoor SLP staat. Onbekend maakt echt wel een beetje onbemind.

En dus kom ik terug uit bij de SP.A. Misschien niet met de volle goesting, maar ik denk dat het wel nog altijd een goede keuze is. Men moet wel zeker een meer linksere koers varen, maar als ik hoor dat Open VLD de portefeuille Welzijn wil, dan hou ik mijn hart al vast. Op zo’n moment denk ik dat het inderdaad belangrijk is dat er een sterke linkse partij is die dit in onderhandelingen kan verhinderen en met het huidige linkse landschap kan alleen SP.A. die sterke linkse partij zijn. Daarnaast speel ook het feit dat ik redelijk trouw ben aan mijn merken (een Aspie-trait) een rol waarom ik toch bij SP.A blijf. Ik heb wel wat kritiek op SP.A, maar ik ben trouw en steun hen ook tijdens de moeilijke tijden. Maar omdat ik toch wat kritiek heb, ga ik mijn kritiek laten merken aan de hand van voorkeurstemmen. Ik ga één van de komende dagen bepalen op wie ik ga stemmen op de lijst, maar ik ben niet van plan om zomaar mij neer te leggen bij de volgorde en voorkeuren van de partij. De kans is dus klein dat Freya Van Den Bossche of Kathleen Van Den Brempt mijn stem krijgt. Neen, de kans is veel groter dat de kandidaat van SP.A Rood Issam Benali mijn stem krijgt. Ik ga wat minder partij-establishment kiezen, maar eerder gewone mensen. Mensen die in hun motivering meer de gewone mens centraal stellen en het ook zelf zijn. Dit moet toch een teken aan de wand zijn aan de top dat het anders moet.

Gaat het veel helpen? Waarschijnlijk niet omdat de partijmolen onvermoeid doordraait, maar voor mezelf is het wel belangrijk. Ik wil meer dan ooit een bewuste stem geven. En ik blijf het verdomd jammer vinden dat de die kleine linksere partijen zich niet hebben verenigd. Zij hadden mijn stem kunnen krijgen, maar hun individualisme (al wou LSP wel samengaan) zorgt ervoor dat ze mijn stem verloren hebben. Nu, elkeen heeft nog precies twee weken de tijd om mij van hun gelijk te overtuigen.

zondag 17 mei 2009

En ik kan er echt niet meer mee omgaan

Mensen met het syndroom van Asperger houden van zekerheid, voorspelbaarheid, standvastigheid. Dat houdt ons rustig en zorgen ervoor dat we kunnen standhouden in de heksenketel van de wereld van vandaag. Wanneer die voorspelbaarheid en zekerheid er niet is, dan worden we vaak angstig. Ik heb dan ook een heel groot angstprobleem. Eén van de middeltjes om de dingen voorspelbaar te maken en mij zekerheid te geven, is het feit dat ik vaak de dingen op voorhand plan en dat ik vaak met een dagplanning werk. Wanneer ga ik wat doen? Soms ben ik wat losser in dat plan, soms ben ik koppiger en hou ik enorm vast aan dat plan. En dan kunnen onverwachte dingen of situaties die het plan dwarsbomen mij enorm van streek en kwaad maken.

Dat zorgt natuurlijk af en toe voor problemen op het werk, maar ik vind dat het vooral thuis nog erger is. Thuis is een plek waar ik me op mijn gemak wil voelen en waar ik niet van veel drukte hou. Onverwachte bezoeken zijn dan ook situaties waar ik kwaad kan om worden. Is het zoveel gevraagd om op voorhand eens te bellen dat je op bezoek komt? Dat maakt dan dat ik mijn dagplanning op voorhand hier kan aan aanpassen en dan lukt het me vaak wel om hier perfect mee om te gaan. Maar helaas gebeurt dit dus niet altijd. En gisteren was het weer eens het geval. Het gaat vooral om mijn avond. Ik had gepland dat ik naar de films 28 days later en 28 weeks later op Prime zou kijken. Ik had ook verwacht dat ik rustig alleen zou zijn. Maar daar trok mijn broer een streep door mijn rekening.

Hij belde naar mijn moeder (ik woon nog thuis bij mijn ouders) of de kinderen niet gauw nog mochten komen omdat hij weg moest. En mijn moeder kan dat natuurlijk moeilijk weigeren en dus mogen ze langskomen. Het is ondertussen natuurlijk al zeven uur ’s avonds. Een beetje laat om mijn plannen nog aan te passen. Want mijn moeder vertelt het mij niet en ineens staan ze daar om half acht. En meteen voel je de bui hangen. Ze komen onverwacht, ze komen laat en ik heb al de hele dag vastgehouden aan mijn dagplan. Op zulke momenten is het enorm moeilijk om mijn dagplanning overhoop te gooien en ik kan er echt niet mee omgaan. Ik begin dus al licht geïrriteerd te worden. Maar op dat moment weet ik nog niet dat ze de hele avond gaan blijven en ik denk dus dat ze misschien even later terug weg zijn en ik kan vasthouden aan mijn plan.

Maar dan gaan mijn broer en zijn vrouw weg en blijven de kinderen achter. Meteen ben ik opgeschrikt door het idee dat ik de films toch niet ga kunnen zien. Ik ga dus voorzichtig polsen bij mijn moeder en ze vertelt mij dat de kinderen inderdaad blijven en dat ze het Songfestival willen zien. Meteen kan ik het niet verbergen dat ik echt geïrriteerd en kwaad ben. Ik vraag dan maar tot wanneer ze gaan blijven, zodat ik eventueel nog een B-plan kan uitwerken. Tot kwart voor tien – tien uur, zegt mijn moeder. OK, op dat moment ben ik kwaad en ik heb toch even wat tijd nodig om mijn dagplanning aan te passen en ik beslis dan maar om nog naar de show van Leki op MNM te luisteren dat tot 10 uur duurt en om dan toch nog een film uit het digitaal aanbod mee te pikken. Het is niet van harte, maar ik probeer zo mijn kwaadheid tot een minimum te herleiden.

Maar wat raad je? Kwart voor tien en mijn broer is er nog niet. Tien uur en nog steeds geen teken. Kwart na tien en ik ben al razend. Om half elf komt hij er dan toch door, maar ondertussen ben ik al kwaad in mijn bed gestapt. Heel mijn plan en mijn B-plan zijn in duigen gevallen en ik heb moeite om dit te verwerken. Ik weet dat ik op zo’n moment waarschijnlijk heel kinderachtig reageer, maar zij zien mijn probleem niet. Zij zien niet dat het voor mij niet makkelijk is om zomaar af te stappen van een planning en een nieuwe planning op te maken. En zeker niet op zo’n korte termijn. Ik hang op zo’n moment nog teveel vast aan mijn oude planning en heb mij helemaal niet voorbereid op een nieuwe planning. Bovendien verlies ik de zekerheid en de voorspelbaarheid van de dingen. En dat maakt mij onzeker, angstig en kwaad.

Ik denk dat dit voor NT’ers (Neurotypicals, mensen zonder Asperger) moeilijk te verstaan is. Ik denk dat zij ook wel geïrriteerd zijn wanneer hun plannen doorkruist worden, maar zij hebben een flexibelere houding die hun gauw doet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Zij kunnen hun oude plannen sneller opgeven en inspelen op de nieuwe situatie en nieuwe plannen te maken. Zeker wanneer het gaat om iets banaals als een televisieprogramma. Maar bij mij gaat het om veel meer dan een televisieprogramma. Er is het feit dat er een onverwacht bezoek is die mijn rust verstoort, een blijven van de kinderen die mijn dagplanning overhoop haalt, een zich niet houden aan vooraf afgesproken tijdstippen die mij kwaad maakt. Ik ben daarin minder flexibel en heb het heel wat moeilijker om dingen te verwerken. Ik verlies een zekerheid en moet op zoek naar nieuwe dingen die mij zekerheid en een veilig gevoel geven. Het is een stresssituatie die ervoor zorgt dat mijn autisme echt naar boven komt. En op zulke momenten kan ik mijn autisme en mijn Asperger echt vervloeken. Ik weet dat het om iets banaals gaat als een televisieprogramma, ik weet dat ik kinderachtig reageer, maar ik kan er echt niets aan doen. Op dat moment zie ik alleen maar mijn plannen gedwarsboomd worden en weet ik niet hoe ik daarop moet reageren.

zaterdag 9 mei 2009

T.O.M.'s diner

In een vorig postje had ik al eens over het feit dat ik mensen niet direct mis. Dat komt doordat er een tekort aan Theory of Mind (TOM) is bij mij. Een Engelstalige term die gewoon wil zeggen dat ik mij moeilijk in andere mensen kan inleven. Ik kan mij als het ware niet verplaatsen naar hun leef- en denkwereld en heb bijgevolg ook geen idee van wat een ander voelt of doormaakt. Toen ik dit de eerste keer hoorde, dacht ik dat dit niet van mij van toepassing was. Ik zie iemand die verdrietig is en kan ook overschakelen in een verdrietige modus. Ik kan meeleven met een personage in een televisieserie en ik had ook tranen in mijn ogen bij het zien van La Vita E Bella. Maar ik ben ondertussen al van mijn gelijk moeten afstappen. Ik heb wel Theory of Mind, maar zeker een tekort eraan. De gevoelens van medeleven die ik heb, zijn vooral berust op aangeleerde gevoelens. Als iets ergs gebeurt met een ander, moet je dat ook erg vinden. Die sociale regel is er bij mij ingebakken, maar toch voel ik dat het in werkelijkheid toch vals aanvoelt.

Deze week realiseerde ik me dit terug. De grootmoeder van één van mijn collega’s is vorige week gestorven, een half jaar nadat ook haar grootvader al was overleden. Wanneer je zoiets hoort, weet je meteen dat je moet meeleven met de collega en dit ook erg moet voelen. En dat belletje gaat rinkelen bij mij en ik schakel over in een meelevende modus. Maar vanbinnen voel ik dat ik bij dat nieuws eigenlijk weinig voel. Ik zie dat mijn collega droevig is en ik voel wel ook enige droefheid, maar ik kan mij niet echt inleven in haar denk- en gevoelenswereld. En het doet mij dus eigenlijk weinig. Een beetje hard om te zeggen omdat mensen nu waarschijnlijk gaan denken dat ik een robot ben, die gevoelloos is. Dat is niet het geval. Alleen is het voor mij een stukje moeilijker om mij in iemand anders in te leven. Niet omdat ik geen gevoelens heb, maar omdat ik gevoelens zo moeilijk begrijp. Ik kan moeilijk gevoelens beschrijven of zeggen hoe ik mij voel. En als dat al niet lukt voor mezelf, dan kan je ook verstaan dat het moeilijker is om de gevoelens van een ander te gaan begrijpen.

Gelukkig kan ik dus terugvallen op een aantal sociale regels die ik dan ook meteen toepas, waardoor ik toch gepast gedrag ga vertonen. Op deze manier kom ik natuurlijk ook niet echt anders over voor mensen en zijn mensen zich ook niet bewust dat men te maken heeft met iemand die autistisch is. Ik heb mij gedragen zoals de regeltjes het voorschrijven, dus ik heb mij normaal gedragen. Alleen moet men dus de zeepbel doorprikken om te zien wat er achter de façade schuil gaat. En dan ziet men iemand die worstelt met gevoelens. Die niet automatisch reageert op situaties, maar eerder op een beredeneerde manier. Niet gevoelsmatig, maar denkmatig. Niet gevoelloos, maar op een andere wijze tot uiting brengend.

Een gevolg van het tekort aan Theory of Mind is misschien wel dat we als autisten wat meer egocentrisch zijn. Ik kende de grootmoeder niet, ze behoort niet tot mijn wereldje, dus ik kan er moeilijk gevoelens voor opbrengen. Mijn collega zit dichter in mijn cirkel, maar ik kan haar gevoelens niet aanvoelen, dus ik schenk er weinig aandacht aan. Ik zit vast in mijn eigen wereldje en omdat ik de buitenwereld niet correct kan aanvoelen, blijf ik gevangen in mijn eigen wereldje. En ben ik dus wat meer egocentrisch. Egocentrisch betekent niet dat we egoïstisch zijn. Als ik kijk naar mijn gedrag op mijn werk, dan mag men altijd om mijn hulp vragen en ik zal het doen. Thuis heb ik ook al mijn ouders financieel bijgesprongen wanneer het nodig was. En zo verder. Ik denk niet dat ik egoïstisch ben, al heb ik natuurlijk zoals iedereen wel eens zijn vlagen en zijn we allemaal wel eens egoïstisch. Maar egocentrisch is wat meer op van toepassing. Niet op een slechte manier, maar meer op een naïeve manier. Niet op een manier van “ik ben het centrum van de wereld”, maar wel op een manier van “ik leef in een eigen wereldje”.

zondag 3 mei 2009

Adam - The latest Aspie Movie

Ik ben een Aspie en het ziet er een zeer leuke film uit. Vooral de grap met de chocolaatjes doet me telkens weer gieren van het lachen. Maar ik ben dus een Aspie en ik zal dus wachten tot de dvd uitkomt :p.