zondag 7 februari 2010

I'm so sorry that I've let you down

Ik verga momenteel van de schuldgevoelens. Begin oktober werd een nieuwe medewerker aangeworven in het boekhoudkantoor waar ik werk. Al vroeg had ik vermoedens dat die jongen leed aan autisme. Hij zei geen woord tegen iemand, maakte geen oogcontact, vertoonde weinig emoties op zijn gezicht. Maar toch had ik mijn twijfels. De jongen maakte deel uit van een zaalvoetbalclub, was lid van een carnavalsgroep, leek een heel sociaal leven te leiden, had blijkbaar een goede vriendenkring waar hij regelmatig mee optrok, …. Allemaal dingen die ik niet kon plaatsen en daarom vroeg ik mij af of het misschien andere zaken waren. Hij kwam namelijk op een heel slecht moment in het bedrijf. Het was superdruk, er waren spanningen en niemand had echt tijd om hem echt te begeleiden. En ik dacht dat hij zich misschien uitgesloten voelde en daarom niet echt contact maakte. In december was de drukte voorbij, waren de spanningen opgelost en kwam er een betere sfeer. En de jongen bloeide ook open en probeerde zich te integreren. Ik bleef wel een vermoeden hebben, maar ik dacht dat het wel goed ging komen, ook al mocht hij autisme hebben.

Maar na het eindejaarsverlof keerde ik terug en zag ik terug de jongen van in het begin. Teruggetrokken, geen contact makend, …. Mijn vermoedens werden terug sterker en ik wou hem eigenlijk er eens op aanspreken. Maar ik durfde niet (ik wist ook niet hoe dit aan te pakken zonder hem te kwetsen of in een hoek te duwen) en durfde ook mijn vermoedens niet openbaar te maken tegenover andere collega’s. Andere collega’s waarvan een deel zich dood begon te ergeren aan zijn gedrag. De collega die tegenover hem zat, begon zelfs een beetje te flippen omdat ze zijn gedrag niet langer kon verwerken. Uiteindelijk zou ze zelfs begin deze week vragen aan de bazin of hij niet verzet kon worden omdat ze het niet langer aankon.

Ondertussen bleek ook dat zijn autisme problemen begon te geven op het werk. Er wordt verondersteld dat je wel zelfstandig werkt, maar dat je toch nog een minimum aan communicatie met de andere collega’s aan de dag legt. Als je iets niet weet, dat je het dan vraagt aan een ander. Dat wanneer je werk gecontroleerd moet worden, je dat automatisch zegt of afgeeft aan de persoon die moet controleren. En dat deed die jongen helaas niet, ook al herhaalden we dit voortdurend. Voor elk dossier zei er wel iemand dat hij bij vragen het moest komen zeggen. Maar uiteindelijk moest je altijd zelf het initiatief nemen om te vragen hoe het zat met zijn dossiers. En dat begon natuurlijk mensen te ergeren. Ik moet bekennen dat ik ook wel eens inwendig gevloekt hebt of mijn ergernis aan een andere collega uitte. Uiteindelijk kon de bazin er geen weg meer mee op en heeft ze de jongen deze week ontslagen. Hij moest zelfs helemaal niet meer terugkomen.

Onze verbazing was dan ook groot dat hij de dag nadien toch weer op het kantoor staat. Niemand weet waarom hij er was en wat hij niet verstaan had. Uiteindelijk heeft de baas hem nog eens moeten uitleggen dat hij met onmiddellijke ingang ontslagen was en dat hij dus naar huis moest gaan. Wat een tragisch moment was natuurlijk. Hij gaf toen ook toe aan de baas dat hij licht autistisch was. Maar helaas was het toen al veel te laat.

Sinds dan zit ik natuurlijk met een enorm schuldgevoel. Ten eerste omdat ik nooit de stap heb gezet om hem te vragen of hij autisme had. Hij had dit misschien ontkend, maar als ik zekerheid had, had ik de dingen misschien een andere richting kunnen sturen. Ik zou niet weten hoe, maar misschien had ik hem beter kunnen helpen. Dat is natuurlijk een tweede punt. Ik heb het gevoel dat ik gefaald heb. Ik heb een soortgenoot aan zijn lot overgelaten. Ik heb af en toe natuurlijk wel geprobeerd om een connectie te maken of hem te helpen, maar veel te weinig. Ik was veel te veel bezig met mijn eigen werk en met mezelf bezig stand te houden op het kantoor dat ik te weinig oog had voor hem. Ik zag de problemen wel, maar deed er niets of te weinig aan. Bovendien had ik ook het gevoel dat hij niet veel van mij moest hebben. Ik weet niet waarom, maar misschien stoorde hij zich aan het feit dat ik een ambigu persoon ben op het werk. Tenslotte sla ik mezelf dood dat ik had kunnen twijfelen over zijn autisme. Eigenlijk lag het echt voor de hand, maar toch ontkende ik het. En dat is onvergeeflijk, vind ik van mezelf.

Autisme heeft veel gezichten en ik dacht dat ik als autist het wel zou herkennen. Ik herkende het wel, maar toch was ik niet zeker. Omdat ik teveel de dingen bekeek van mijn perspectief. Ik ga werken en kan mij daar goed doorslaan, maar ik heb daarnaast geen sociaal leven. En dat leek de jongen wel te hebben. Volgens mij was hij toch een paar keer op de week weg van huis en had hij sociale contacten. Ik heb altijd de behoefte om alleen te zijn na het werk en dat zag ik niet in hem. Daarnaast was hij ook een overtuigd carnavalist. Misschien niet verwonderlijk als je in Aalst woont, maar toch…. Het angstzweet breekt mij nu al uit als ik denk aan carnaval, de drukte, het lawaai, de mensen die voortdurend tegen u botsten, het verkleden, de geur van bier en de aanwezigheid van zatte mensen. Hoe kan je als autist dat leuk vinden of ermee omgaan? Ik snapte het niet en daarom twijfelde ik. Alleen is het natuurlijk onzin van mezelf om te denken dat een autist daar niet mee zou kunnen omgaan. Als autist onderschat ik dus andere autisten, inclusief mezelf.

In de nasleep van dit verhaal blijft natuurlijk de vraag of je het moet vertellen dat je autisme hebt op het werk. Ik denk dat het bij een sollicitatie de reden is waarom men je niet zou aannemen. Niemand vertelt het dan ook bij zijn sollicitatie en zeker niet bij een sollicitatie bij een KMO die geen enkel benul heeft van hoe om te gaan met zulke mensen. En na de sollicitatie? Als ik kijk naar mezelf, dan moet ik zeggen dat ik het ook niet wil vertellen. OK, ik werkte natuurlijk al drie jaar bij het kantoor toen ik mijn diagnose kreeg. Maar nadien weet alleen 1 collega het en weet niemand anders het en zeker niet de bazen. Om mijn kansen niet verkijken of in een vakje te worden gestoken. Maar ook omdat ik mijn autisme wel nog zodanig kan camoufleren dat er enerzijds minder grotere problemen zijn en ik de andere problemen ook wel camoufleren en kan omzeilen. Telefoneren doe ik niet graag, dus stuur ik een mailtje. Tijdens de middag hoor je mij weinig iets zeggen, maar door te knikken als een ander praat, kom je ook al ver. Gewoon luisteren naar andere mensen is al een stap vooruit. Ondertussen heb ik ook al heel wat meer zelfvertrouwen gekregen en zal ik ook tijdens de uren al vaak iets zeggen. Grotendeels wel werkgerelateerd, maar ik communiceer. Ten slotte moet ook zeggen dat ik het ontzettende geluk heb om een collega te hebben waar ik mij goed bij voel en waarmee het ontzettend goed klikt.

De problemen bij de jongen waren groter dan bij mij. Het belemmerde zijn werk. Op zo’n moment mag er geen angst bestaan om te zeggen dat je autisme hebt. Ik denk dat het deel van de collega’s die zich dood ergerde aan hem, zich misschien wat zachter ging opstellen. Ik denk dat er meer begrip zou zijn voor zijn problemen en dat iedereen wel zijn deel ging doen om die problemen trachten op te lossen. Maar natuurlijk bestaat die angst wel en zwijg je natuurlijk. Helaas met een ontslag als gevolg.

Ik besef ondertussen ook hoeveel geluk ik heb om wel te kunnen functioneren in een normale arbeidssituatie. Peter Vermeulen stelt in zijn boek dat werk het belangrijkste is en ik kan dat alleen maar beamen. Vooral ook omdat ik gerespecteerd word op het werk. Ik pas natuurlijk de truc toe die mij ook doorheen de schooljaren heeft geleid. Ik stel mij bescheiden op, maar ben altijd bereid om iemand te helpen. Daarnaast werk ik ook hard en tracht ik mijn werk zo goed mogelijk te doen. En daardoor probeer ik een glijmiddel te creëren die ervoor zorgt dat er een positief beeld hangt rond mij en dat ik mij doorheen de dag kan loodsen. Voorlopig lukt dit en lukt het zelfs vrij goed. Maar ik behoed me voor de dag wanneer de zeepbel wordt doorprikt en het niet meer lukt. Ik kan dan alleen maar hopen dat er wel iemand een reddingsboei uitgooit naar mij. Iets wat ik heb nagelaten bij die ontslagen jongen. En waar ik me nu ontzettend schuldig over voel.

vrijdag 18 december 2009

Autism Reality - by Alex Plank

zaterdag 5 december 2009

I am an illusion

Hoe probeer ik als autist te overleven in deze niet-autistische wereld? Door mijn autisme te camoufleren. Door te kijken naar anderen en ervan te leren hoe zij in de massa zwemmen. Door te leren ontdekken wat het juiste is om te doen, te zeggen, te denken, te handelen. Door te leren uit films, series, boeken, verhalen van anderen, …. En dat allemaal in mij op te nemen en te proberen om normaal over te komen. Door een NT-masker op te zetten en proberen om niet door de mand te vallen.

Tot nu toe heeft dit gewerkt. Je kan natuurlijk niet je autisme helemaal camoufleren. Een masker bedekt niet heel je gezicht. Je ziet vaak nog de oren, de haren, de mond, … Ik blijf dus altijd wel iets “raars” over mij hebben en mensen leren dat er iets mysterieus over mij blijft hangen. Maar toch zullen ze niet zo rap de link naar autisme leggen. Daarvoor kan ik het wel redelijk genoeg camoufleren en kan ik een aanvaardbaar niveau van NT-gedrag vertonen. Alleen blijft het natuurlijk een camouflage, een masker, … en blijf ik eigenlijk een illusie, een gezichtsbedrog.

Ik besef dat ik gevangen zit in dat masker, in die camouflage. Ik heb het mijn hele leven moeten dragen en het is zo verweven met mezelf dat het moeilijk is om het nog van mij af te leggen. Sinds ik mijn diagnose van autisme heb ontvangen, komt het echter vaker voor dat ik dat masker wel van mezelf wil rukken. Dat ik de eindeloze cirkel waarin ik beland ben wil doorknippen. Alleen is dit veel makkelijker gezegd dan gedaan. De cirkel doorknippen betekent ook meteen een aantal zekerheden opzeggen, een onzekere toekomst tegemoet gaan.

Het feit dat ik altijd “normaal” school heb kunnen lopen tot het hoger onderwijs heb ik, denk ik, te danken aan dat masker, aan die camouflage. Het feit dat ik nu al vijf jaar lang, bijna zes jaar, op hetzelfde werk tewerkgesteld bent, dank ik ook aan dat masker, aan die camouflage. Ik vrees dat als ik dat masker nu afleg en meer mezelf ben met mijn autistische trekjes dat ik hiermee wat schepen verbrand. Mensen zijn nog altijd te weinig geïnformeerd over autisme, denken nog te vaak in stereotiepen en zijn eigenlijk ook niet echt autisme-vriendelijk. Bovendien is het moeilijk om iemand te vertellen dat hij of zij eigenlijk met een illusie heeft samengeleefd, samengewerkt, kennis gemaakt.

En dus blijft het masker op mezelf kleven. Maar je moet daar als autist een zware prijs voor betalen. Altijd iemand proberen te zijn die je niet bent, is enorm vermoeiend. Altijd tegen je instincten ingaan en moeten vechten tegen je autisme maakt je depressief en het gevaar loert voortdurend om de hoek om weg te slippen. Daarna is er ook altijd de angst dat je door de mand valt of dat het masker plots afvalt. Je moet dan ook voortdurend alert zijn en proberen situaties goed in te schatten. En dat gaat ook helaas door in je vrije tijd, net voor het slapen gaan, wanneer je ’s morgens in de badkamer staat, …. Ik vraag me af hoe lang die rooftocht op mijn lichaam en geest kan blijven voortduren.

Ik weet dan ook niet of camouflage wel zo de geschikte manier is om je als autist in de NT-wereld te bewegen. Het heeft zijn voordelen, het heeft zijn nadelen. Alleen heb ik gewoon soms het gevoel dat ik nooit echt de keuze gehad of ik wel een masker wou dragen of niet. Het was gewoon een overlevingsstrategie die op een natuurlijke wijze ontstond. Je voelt je als kind een alien in deze wereld, je wordt gepest, je voelt je ongelukkig. Je weet helemaal niet wat te doen, je hebt geen verklaring voor je gedrag of gedachten, dus probeer je iemand te zijn die je niet bent. Je probeert je zo normaal mogelijk te gedragen in de hoop dat je u ook normaal voelt. Natuurlijk is dat niet zo, maar je wordt niet meer gepest, je merkt dat er sommige dingen lukken, je ontvangt een diploma, je vindt een job, …. En dus blijf je verder gaan met dat masker en zit je er in gevangen. Tot je natuurlijk dan een diagnose van autisme krijgt en leert wat autisme is en wat het met je doet. En op dat moment moet je constateren dat zo’n masker toch niet zo normaal of natuurlijk is.

Ik lees dat heel veel autisten hun autisme camoufleren. Ik vraag me af of die mensen zich soms ook zo onecht voelen zoals ik doe. Dat ze soms eigenlijk een illusie zijn voor de buitenwereld en dat hun binnenkant, hun eigenste ik voor anderen verborgen blijft. En of ze zich soms ook zo gevangen voelen in die camouflage. Dat ze hebben geleerd dat ze met die camouflage doorheen de NT-wereld kunnen zwemmen en vrezen dat het hun zonder die camouflage minder of niet zou lukken. En of het hun eigenlijk lukt om die camouflage van zich af te schudden (en vooral hoe).

vrijdag 4 december 2009

Darkness ahead and behind

Wie de kranten leest of naar televisie kijkt, hoort vaak van die berichten die je toch even angst aanjagen. 1 op de 5 ouderen in een grootstad is extreem vereenzaamd. 15% van de Belgen leeft in armoede en 13% moet zichzelf elementaire zaken ontzeggen. Dagelijks worden er 60 Vlamingen uit hun huurhuis gezet. En het lijstje kan verder gaan. Op het eerste zicht zijn dit allemaal cijfers die een ver van mijn bed-situatie zijn, vermits ik niet arm ben, niet extreem eenzaam, nog altijd in een goed huis (weliswaar bij mijn ouders) woon. Maar soms kijk ik wat angstig naar de toekomst.

De grote angst is natuurlijk om het sociaal netwerk te verliezen. Ik zie dat ik op dit ogenblik al een hele tijd vervreemd ben van mijn familie. Ja, niet van mijn ouders, maar wel van broers, zussen, tantes, neven, nichten, …. Vrienden heb ik niet, dus op hen kan ik ook niet terugvallen. Ik denk dan ook soms na over hoe mijn leven er zal uitzien wanneer mijn ouders niet meer gaan zijn. En helaas ben ik daar niet zo positief over. Ik heb nu voor ontzettend veel dingen gewoonweg nog mijn ouders nodig. Ik heb soms de indruk dat ik niet klaar ben om alleen al op mijn eigen benen te staan. Maar misschien is niemand daar echt klaar voor geweest en moet je dit gewoon maar ondergaan. Maar als je sociaal bent en kan terugvallen op een sociaal netwerk is het misschien wel wat makkelijker. Je weet niet goed hoe je iets moet wassen, dan bel je toch gewoon een vriendin. Je zit in de knoei met een maaltijd, dan is de zus er om je raad te geven. De dakgoot zit verstopt, dan spring je toch gewoon even binnen bij de buurman. Ik merk dat ik vaak van gewone alledaagse dingen echt geen benul heb, dus hoe moet dit later?

Een andere angst is de huisvestiging. Ik zou heel graag het huis van mijn ouders overkopen zodat ik in mijn vertrouwde omgeving kan blijven wonen, maar het huis is eigenlijk boven mijn budget. Dus ik zou eigenlijk iets anders moeten vinden, maar helaas is dat ook niet zo makkelijk, want als alleenstaande een goed en vooral betaalbaar huis vinden, is deze dagen geen sinecure. Bovendien weet ik dat ik ook nog eens de moeilijkheid heb dat ik niet zomaar overal wil wonen. Het mag helemaal niet te druk zijn, liefst niet in de stad maar wel er dicht bij, liefst niet in een rijtjeshuis waar je langs beide kanten geluiden van de buren hoort, ook een appartement lijkt mij iets verschrikkelijks te zijn, …. En zo gaat mijn lijstje maar door. Allemaal eisen die ergens te maken hebben met mijn autisme, maar om aan die eisen te voldoen is er natuurlijk een prijskaartje verbonden. En dan zit ik weer met hetzelfde probleem als het kopen van het huis van mijn ouders, ik vrees dat mijn budget niet toereikend gaat zijn.

Over werkzekerheid moet ik mij misschien wat minder zorgen maken, maar toch voel ik dat werk een probleem dreigt te worden. Ik heb een goede job, zelfs eigenlijk niet slecht betaald, maar ik voel dat ik niet naar mijn lichaam en geest luister. Ik doe meer dan ik eigenlijk aankan en de bazen verwachten nog meer van mij. Alleen raak ik langzaamaan in overdrive en wordt het mij allemaal wat teveel. Soms lijkt het alsof een burnout of een depressie mij aan het inhalen is. En eigenlijk ligt het niet aan het werk, want het werk doe ik graag, maar ligt het aan al hetgeen wat er rond hoort. Contact met klanten, collega’s, vermijden van conflicten, etentjes en feestjes, een drang om alles onder controle te houden, een drang om de dingen voorspelbaar te maken, …. Het vraagt allemaal ontzettend veel inspanning van mezelf, alleen is de omgeving daar blind voor. Men zegt dat autisten contextblind zijn, maar ik vraag me af of NT’s dat eigenlijk ook niet zijn.

Af en toe denk ik wel eens aan de toekomst en dan zie ik die vaak somber in. Vaak heb ik dan ook angst om extreem vereenzaamd te worden, om mijn werk te verliezen omdat ik het niet meer aankan, om geen goede huisvestiging te vinden, …. De laatste weken kwam weer zo’n bui opzetten en vervloek ik mijn autisme wel eens. Dom natuurlijk, want als ik geen autisme zou hebben, zou ik waarschijnlijk andere problemen hebben en zou mijn toekomst misschien ook niet over rozen lopen. Maar ik heb nu wel autisme en die zorgt ervoor dat er heel wat hordes staan op je levenspad. En daar moet je over springen. Alleen heb je soms wel eens het gevoel dat de horde groter lijkt dan jezelf en dat je er niet over geraakt.

dinsdag 17 november 2009

The chromosone divides, multiply and thrive. And the strong survive - The sequel

Ik had mijn vraag over Darwin, evolutietheorie, natuurlijke selectie en autisme voorgelegd aan een reeks wetenschappers. Hieronder mijn vraag en (de aanzet tot) antwoord.

Vraag:

Er wordt tegenwoordig veel gesproken over Darwin, de evolutietheorie en de natuurlijke selectie. Vele zaken worden ook uitgelegd in dit licht. Maar ik vraag me af hoe men autisme in dit licht kan uitleggen. Omdat men vaak beweerd dat autisten tegenwoordig niet zo succesvol zijn in het leven. Iedereen spreekt over sociale contacten die belangrijk zijn en dat het voordelen heeft om in groep te leven. Autisten zijn echter mensen die niet zo goed zijn in sociale contacten of samenleven in groep. Bovendien hebben ze ook problemen met communicatie, iets wat de mens toch ook zo succesvol maakt. Waarom heeft hier de natuurlijke selectie dan niet gespeeld en zijn we het autisme in de loop der jaren niet kwijtgespeeld? Heeft autisme dan degelijk wel zijn biologisch of evolutionair nut?

Antwoord:

Ik denk niet dat hier een pasklaar antwoord op bestaat (over de evolutietheorie op zich kan er ook gediscussieerd worden), maar ik vind het wel een interessante vraag en wil hier graag mijn visie op doorgeven.

In de evolutietheorie is er zowel een positieve als een negatieve selectie mogelijk: een eigenschap die negatief is voor de voortplantingskansen van een individu of voor de overlevingskans van het nageslacht wordt in principe weggeslecteerd. Terwijl een eigenschap die zorgt voor meer overlevende nakomelingen meer verspreid geraakt in de populatie.

Bij autisme zit het iets ingewikkelder in elkaar: iemand bij wie autisme wordt vastgesteld kan in veel gevallen (afhankelijk van hoe zwaar de symptomen zijn) wel voldoende sociale contacten onderhouden om bijvoorbeeld een partner te vinden en kinderen te krijgen, dus is de selectiedruk niet zo groot.

Anderzijds is er geen één autisme gen gekend, en is de precieze biologische oorzaak (als er al een eenduidige oorzaak is) niet gekend: misschien komen in bepaalde personen toevallig een aantal variaties van genen samen die voor autisme verantwoordelijk zijn. Autisme is dus niet op dezelfde manier erfelijk als bvb blauwe ogen.

Daarnaast geeft autisme voor sommige mensen ook voordelen om bvb professioneel meer succes te boeken, en professioneel succes is op zich "aantrekkelijk", zodat er op deze manier mogelijk een voordeel is naar het nageslacht toe. Dit zou dan een positieve selectie kunnen teweegbrengen

Het is dus zeker geen zwart wit verhaal, aangezien autisme op zich heel complex is en in veel gradaties voorkomt. Ik denk dat er over deze vraag nog heel wat meer gediscussieerd kan worden, maar hoop dat je aan mijn antwoord alvast iets hebt.

woensdag 11 november 2009

The chromosone divides, multiply and thrive. And the strong survive.

Iemand die ik zeer graag hoor vertellen en van wie ik ontzettend graag artikels lees, is Dirk Draulans. Momenteel zit de bioloog-journalist aan boord van de klipper Stad Amsterdam om het programma Beagle, in het kielzog van Darwin te maken. Dit programma, dat te volgen is op Nederland 2, Canvas en internet, doet de reis van Charles Darwin nog eens over en vertelt het verhaal van Darwin, zijn evolutietheorie en vertelt hoe het met de wereld van vandaag gaat. We kunnen de evolutietheorie moeilijk naast ons neer leggen. Wat uit het programma vaak blijkt en wat ook vaak uit artikels van Dirk Draulans voorkomt, is het feit dat de evolutie ervoor zorgt dat kwalijke effecten verdwijnen en dat sterke effecten overleven. Zo zijn we als mens onze staart verloren, maar aan de andere kant is het vaderschap wel behouden gebleven.

Waar ik eigenlijk nog weinig over gelezen heb, is hoe het eigenlijk zit met autisme en evolutie. Er wordt vaak gezegd dat autisme een genetische factor bevat. We zien dat bepaalde families meer getroffen worden door autisme dan anderen. Ook Hans Asperger merkte dit op en sprak al van een genetische oorsprong. Momenteel wordt er nog volop gezocht naar die genen die autisme bepalen. Zo hoopt men meer inzicht te krijgen in hoe autisme precies werkt. Dat heeft zeker zijn nut. Maar ik stel mij in het licht van de evolutietheorie echter de vraag waarom autisme het in de loop der jaren heeft overleefd en wat de functie van autisme dan wel heeft.

Ik stel mij die vraag omdat autisten hedendaags toch niet als succesvolle mensen worden afgeschilderd. Over het algemeen gaat het toch vooral over de problemen van autisten en hoe dat ze niet in onze maatschappij passen, dat ze niet succesvol zijn op het vlak van relaties, werk, leven, …. En toch. Als autisme een genetische oorsprong heeft, dan moet het toch als een succesvol iets worden gezien. We zijn het niet als onze staarten kwijt gespeeld, integendeels zelfs, we dragen de genen zelfs over op onze kinderen, kleinkinderen, enz. In de strijd van de survival of the fittest moeten de autismegenen wel tot de fittest behoren.

Nu kan vaak Dirk Draulans perfect vertellen waarom we bepaalde genen en evolutionaire gedragingen zijn blijven behouden of waarom bepaalde diersoorten of plantensoorten het blijven overleven en anderen juist niet. Maar ik heb nog nergens iets gelezen waarom autisten het blijven overleven. Ik heb nog nergens een verklaring gelezen waarom autisme blijft bestaan als concept. Dat blijft een groot vraagteken en dat houdt mij eigenlijk wel bezig. Omdat ik juist wil weten wat de sterkte van autisme precies is.

De vraag komt dus bovendrijven omdat we juist als niet succesvol worden aanzien en ik daar aan twijfel. Maar dan is natuurlijk de vraag wat we nu juist onder succes moeten verstaan. En ik heb de indruk dat de moderne versie van succes betekent dat je een prachtige relatie hebt, liefst bezegeld met twee kinderen, dat je veel vrienden hebt en een uitgebreid sociaal leven, dat je een schitterende carrière uitbouwt met maatschappelijk aanzien en veel geld, dat je materialistisch succesvol bent met een mooie wagen, een mooi huis, een groot flatscreen, … In die definitie van succes zijn we als autisten natuurlijk niet echt succesvol.

En toch blijf ik dit wat oneerlijk vinden, zeker als we het dan op biologisch vlak bekijken. Er is iets in ons autisten, in onze genen, dat zo sterk is dat we blijven overleven of dat onze genen het blijven overleven en dat we dit overdragen op volgende generaties. Onze bijzondere kijk op de dingen moet toch iets zinvols zijn dat we dit blijven overdragen op onze kinderen. En misschien redden we en hebben we het wat moeilijker in deze tijden, toch hebben we ook een sterke overlevingsdrang en denk ik niet dat we autisme in de vele komende generaties gaan verliezen. Anderzijds is het ook ietwat oneerlijk als we het kijken op historisch vlak. Want we worden nu wel als onsuccesvol aanzien, maar aan de andere kant worden aan steeds meer belangrijke (en succesvolle) historische figuren autisme toegeschreven. Denken we maar aan Michelangelo, Einstein, Isaac Newton, ... en de lijst lijkt elk jaar wel te groeien en groeien.

Ik weet dat deze discussie sommige autisten ertoe aanzet zichzelf als een superieur ras te bekijken, om zichzelf beter dan de gewone mens te voelen. Die paden wil ik helemaal niet betreden omdat ik het er niet eens mee ben. Maar toch vind ik dat het ook eens gezegd mag worden dat autisme als biologisch concept wel succesvol blijkt te zijn. Over de redenen hiervoor moet er nog meer onderzoek worden verricht en mag ook eens belicht worden. Ik weet dat we nog volop bezig zijn om autisme te leren doorgronden en begrijpen. En misschien komt die dag er wel ooit. Maar dan zal meteen de volgende vraag zijn. We weten hoe autisme werkt, welke genen er een rol spelen, welke biologische processen er zich afspelen, … maar waarom gebeurt dit allemaal en waarom blijft dit gebeuren?

zaterdag 7 november 2009

It's time to deal with the hypocrite

Het werk bezie ik soms als een laboratorium, een plaats waar ik dingen kan observeren en probeer menselijke relaties te bekijken en te onderzoeken en een Theory of Mind te ontwikkelen. Een werkplaats heeft eigenlijk ook echt iets van een laboratorium, want in vele gevallen kom je terecht in een groep van mensen waarvoor je niet zelf gekozen hebt. Je kiest niet de mensen met wie je samenwerkt, je wordt er gewoon in gedropt en moet proberen om samen te werken en samen te leven. Het heeft toch iets kunstmatig, vaak ook de relaties die er onderling ontstaan. Je hebt wel collega’s die vrienden worden, maar vaak is de relatie gewoon professioneel. Maar dan nog is het interessant om te kijken hoe mensen met elkaar omgaan.

En dat is helaas niet altijd even positief. Soms ontstaat er ook conflicten, die kunnen uitgroeien tot ruzies. En dat was deze week het geval op mijn werk. Het was duidelijk dat er al een tijdje iets sluimerde tussen twee collega’s (eigenlijk ex-collega’s omdat het kantoor waar ik werk is gesplitst en zij nog tot midden volgende maand in hetzelfde gebouw blijven zitten). Het kwam de voorbije weken al een paar keer tot een aanvaring, maar donderdagmiddag kwam er een grote clash en ontstond er een ruzie. De achtergrond van de ruzie ken ik niet echt en de aanleiding van de ruzie was blijkbaar onbeduidend, maar werd wel aangegrepen om blijkbaar een lang opgekropt gevoel tot uiting te laten komen. Bovendien was ik er ook fysiek niet bij toen het gebeurde, dus ik kan niet echt zeggen wat er allemaal precies is gebeurd. Het resultaat was wel dat andere personen die er wel bijwaren de plaats ontvluchtten en dat nadien één van beide collega’s duidelijk aangeslagen en met tranen in de ogen ook wegliep.

Natuurlijk werd er door anderen hierover wat gepraat en gegist naar oorzaken en zo en had iedereen zijn mening over de ruzie, maar iedereen besefte dat het tussen die twee personen ging en dat niemand zich daarmee kon moeien. Maar in de nasleep van de ruzie zijn er toch dingen die ik niet echt goed begrijp. Zo hoorde ik vrijdagochtend nog dat de ene collega de andere collega nog zorgvuldig aan het fileren was tegenover anderen en zichzelf nog enorm aan het goed praten was. Blijkbaar had zij geen fout aan de ruzie, terwijl anderen haar duidelijk aangeven als bron van het kwaad. Maar het rare is dat wanneer de andere collega dan toch op kantoor verschijnt er ineens ontzettend schijnheilig wordt gedaan. Raar genoeg gingen ze zelf ’s avonds nog met andere collega’s iets drinken en zijn ze vanavond ook tezamen op stap.

Dat zijn altijd momenten die ik niet goed kan vatten. Je hebt een ruzie gehad, een enorme ruzie waarbij blijkbaar elkanders gevoelens echt gekwetst moeten zijn dat men bijna in tranen uitbarst. En ’s morgens zit je de andere collega nog ontzettend zwart te maken, maar éénmaal half negen doet men alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Integendeel zelfs, men verbergt de ruzie en doet alsof men nog goed met elkaar kan omgaan. Dat vind ik zo raar en dat ik kan ik niet goed begrijpen. Ruzie is toch ruzie en dat verdwijnt toch niet op één-twee-drie. En waarom mag je niet tonen dat je boos bent op elkaar, maar moet je schijnheilig doen alsof er niets aan de hand is. Let op, ik pleit er niet voor dat men alle dagen ruzie maakt, maar waarom altijd tegen uw gevoel in gaan.

Misschien vind ik het allemaal zo raar, omdat ik zelf niet goed ruzie kan maken. Vooral in het gedeelte daarna en het goed maken, heb ik geen kaas gegeten. Maar als ik ruzie heb, is dat helemaal niet op één-twee-drie gedaan. Vaak blijft dit een ontzettend lange tijd nasluimeren. Ik heb tijd nodig om ruzies te verwerken, veel tijd. En in al die tijd blijf je aan mij zien en merken dat ik boos ben. Ik kan dat niet, om op zo’n moment een ruzie weg te denken en te doen alsof ze nooit is voorgevallen. Daarnaast vind ik dat als anderen dat doen, zoals die twee (ex-)collega’s, zelfs ontzettend verwarrend. Want het ene moment doen ze “normaal” tegenover mekaar en op het andere moment, vaak als ze alleen zijn, zitten ze de andere als het slechte af te schilderen. Dat is toch niet met elkaar te rijmen.

Het is één van de dingen die ik geleerd heb op de werkplaats als laboratorium. Mensen laten weinig tonen wat ze echt denken en voelen. Vaak moet je altijd gissen naar de werkelijke bedoelingen van daden en uitspraken. En dan kom je soms eens voor verrassingen te staan. Want je kan met veel denkwerk en logisch redeneren wel heel wat achterhalen, maar niet alles omdat mensen vaak het achterste van hun tong niet tonen. En dan blijkt een collega het toch niet zo te hebben voor een andere collega. En meteen ben je verbaasd hoe mensen zo goed komedie kunnen spelen. Of hoe ze schijnheilig kunnen doen. Je kan dit soms nog verklaren met de uitleg dat ze de sfeer niet willen verpesten of anderen niet willen kwetsen (en zelf pas ik ook wel eens toe voor die redenen), maar in andere gevallen houdt het geen steek. Zoals bij die ruzie. Waarom blijven schijnheilig doen en elkaar gezelschap blijven opzoeken, ook na het werk, onder het mom van de sfeer terwijl dit duidelijk niet het geval is? Waarom kunnen mensen op zulke momenten niet eventjes eerlijk zijn en zeggen dat het even niet klikt tussen beiden? Is dat zo erg?